Medisch professionals staan twee keer zo vaak in donorregister
Door Jeroen van Setten
Nederlandse artsen en verpleegkundigen staan massaal achter orgaan- en weefseldonatie. Ongeveer 80 procent van de medische professionals geeft aan dat ze in het Donorregister zijn geregistreerd. Ruim driekwart daarvan zegt bovendien Ja. Slechts 6 procent registreert met Nee. Zij zijn daarmee opvallend vaker positief dan de gemiddelde Nederlander. Dit blijkt uit een Infomart onderzoek onder artsen en verpleegkundigen in ziekenhuizen, verpleeghuizen en huisartspraktijken.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Het is het eerste landelijke representatieve onderzoek naar de keuze van de medische professional over orgaan- en weefseldonatie. De medisch professionals zijn opvallend veel vaker positief over orgaan- en weefseldonatie dan de gemiddelde Nederlander. Van alle Nederlanders van 15 jaar en ouder is ruim 40 procent geregistreerd, daarvan zegt 60 procent Ja en 28 procent Nee.
‘Dit laat zien dat artsen en verpleegkundigen een groot vertrouwen hebben in de zorgvuldige en respectvolle wijze waarop in de ziekenhuizen wordt omgesprongen met orgaandonatie’, zegt Bernadette Haase, directeur van de NTS.
Een belangrijke reden voor medisch professionals om zich als orgaandonor te registeren is het leed dat zij zien bij mensen die eindeloos en soms tevergeefs op de wachtlijst staan. Daarnaast speelt onder meer het wederkerigheidsprincipe een belangrijke rol. Men zou ook graag zelf een orgaan of weefsel krijgen als dat nodig zou zijn.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: dinsdag 29-05-2012 | 


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel