Nieuwere formule nierfunctie voorspelt complicaties beter
Door Merel Dercksen
Drieënhalf jaar geleden werd tijdens het jaarlijkse congres van de American Society of Nephrology een nieuwe formule gepresenteerd om iemands nierfunctie te berekenen: de CKD-EPI-vergelijking. Die zou een betere benadering van de nierfunctie geven dan de veel gebruikte MDRD-formule, vooral wanneer die nierfunctie nog redelijk goed is. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de nieuwe formule het risico op complicaties en sterfte ook beter voorspelt.
Tussen maart 2011 en maart 2012 analyseerde een internationaal team onderzoekers de gegevens van 1,1 miljoen volwassenen uit 40 landen en regio's over de hele wereld. De deelnemers waren verdeeld in 45 cohorten: 25 bestaande uit een afspiegeling van de gemiddelde bevolking, 7 bestaand uit mensen die een verhoogd risico lopen op hart- of nierproblemen, en 13 met nierpatiënten.
De onderzoekers berekenden hun nierfunctie met zowel de Modification of Diet in Renal Disease (MDRD)-formule als met de Chronic Kidney Disease Epidemiology Collaboration equation (CKD-EPI)-vergelijking en bepaalden die daarnaast nog nauwkeurig met behulp van isotoopdilutie-massaspectometrie. Ze classificeerden de gevonden filtratiesnelheden in zes categorieën: ≥90, 60 - 89, 45 - 59, 30 - 44, 15 - 29 en <15 ml/min/1,73 m2.
Bij gebruik van de CKD-EPI-formule kwam ruim 6% van de nierpatiënten, ruim 15% van de risicodeelnemers en bijna een kwart van de representanten van de gemiddelde bevolking in een hogere categorie terecht dan oorspronkelijk berekend met de MDRD-formule. Minder dan een procent van de laatste groep kwam in een lagere categorie terecht. Daarmee daalde het percentage mensen met een matig tot ernstig verminderde nierfunctie (minder dan 60 ml/min) van 8,7 tot 6,3.
Vooral veel mensen werden met de nieuwe vergelijking geclassificeerd in de categorie met iets meer dan 60 ml/min in plaats van net wat minder. Deze zelfde deelnemers, die dus 'beter' waren dan uit de MDRD-formule bleek, bleken ook een veel lager risico op sterfte te hebben, zowel in het algemeen als specifiek aan hart- en vaatproblemen, en op eindstadium nierfalen, dan degenen die met beide vergelijkingen in dezelfde categorie terechtkwamen.
Door de nieuwe formule te gebruiken zouden volgens de hoofdauteur van de studie, dr. Kunihiro Matsushita van de Johns Hopkins University, de beschikbare bronnen binnen de zorg beter ingezet kunnen worden, en complicaties van chronische nierziekte doelgerichter kunnen worden voorkomen en aangepakt. Omdat beide vergelijkingen gebruikmaken van dezelfde variabelen (leeftijd, geslacht, etnische afkomst en serumcreatinine), hoeven er geen extra laboratoriumkosten gemaakt te worden.
|
Immuungemedieerde nierschade door HIV vaker bij Afrikanen
Patiënten die geïnfecteerd zijn met het HIV-virus, lopen het risico op HIV-gerelateerde nierproblemen. Veel HIV-patiënten krijgen te maken met HIVAN (HIV-associated nephropathy) of HIVICK (HIV-associated Immuno Complex Kidney disease). Daar waar over HIVAN inmiddels vrij veel bekend is, is over HIVICK nog veel onduidelijk. Artsen van de Johns Hopkins universiteit in Baltimore (VS) proberen daar nu meer klaarheid in te scheppen.
HIVAN en HIVICK hebben gemeen dat in beide ziektes de glomeruli in de nieren worden aangetast. Bij HIVAN is dat echter direct gevolg van de HIV-infectie, terwijl bij HIVICK verbindingen van antilichamen van het immuunsysteem (immuuncomplexen) in de glomeruli neerslaan en die blokkeren. Het doel van het onderzoek was te bepalen welke HIV-patiënten een verhoogd risico lopen op HIVICK. De artsen deden dat door, gedurende bijna 15 jaar, 751 HIV-patiënten te volgen.
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen. Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr.
PEG als laxeermiddel kan acute nierschade veroorzaken
Hoewel het nog niet algemeen onderkend wordt, geeft ook het voorkeursmiddel bij laxeren voorafgaand aan een darmonderzoek risico op nierproblemen, schrijven Koreaanse onderzoekers. Dit middel geniet juist de voorkeur, omdat andere, eerder meer gebruikte middelen, onomkeerbare nierschade tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekers denken wel dat de nierschade door het voorkeursmiddel meestal tijdelijk is, en vaak te voorkomen door voldoende vocht toe te dienen.

Gepubliceerd: donderdag 31-05-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel