Spiegel bijschildklierhormoon tijdens dialyse beïnvloedt succes niertransplantatie
Door Gerard Kok
Patiënten met een donornier lopen in toenemende mate risico op een te hoge calciumspiegel, en daarmee op complicaties. Op de jaarlijkse bijeenkomst van de Canadian Society of Nephrology werden de uitkomsten van een onderzoek gepresenteerd, dat tot doel had oorzaken en risico's van zo'n verhoogde calciumspiegel te ontrafelen. Dit onderzoek suggereert dat er een relatie is tussen een verhoogde parathormoonspiegel voorafgaand aan de transplantatie, en een hoger risico op afstoting achteraf.
In het kader van het onderzoek bekeken artsen van het St. Paul's ziekenhuis in Vancouver (Canada) de gegevens van de 1.352 volwassenen die tussen 2000 en 2007 een donornier hadden ontvangen. Maar liefst 40% van deze patiënten kreeg binnen een jaar te maken met hypercalciëmie (verhoogde calciumspiegel). Van patiënten met hypercalciëmie ging de nierfunctie sneller achteruit dan van patiënten zonder.
Hogere leeftijd, langere dialyse en verhoogde parathormoon- (iPTH, bijschildklierhormoon) en calciumspiegels voorafgaand aan de transplantatie bleken een hoger risico op hypercalciëmie ná de transplantatie met zich mee te dragen. Opmerkelijk genoeg bleek een verhoogde calciumspiegel (na transplantatie) geen verband te houden met afstoting van de donornier, maar een verhoogde iPTH spiegel vóór de transplantatie bleek dat wel.
De conclusie van de onderzoekers is derhalve dat een verhoogde iPTH-spiegel vlak voor een transplantatie het beste behandeld, of beter nog, voorkomen moet worden, om zodoende de kans op afstoting te verkleinen.
|
'Vitamine D en calciumsupplementen na transplantatie zinloos'
Volgens Noorse wetenschappers heeft het geen zin patiënten na een niertransplantatie extra vitamine D en calciumsupplementen te geven. Er is geen verschil in botdichtheid tussen mensen die dit wel en niet kregen. Het gaat wel om een vrij kleine steekproef. Bovendien is het in Oslo gebruikelijk patiënten na transplantatie een vrij intensieve fysieke training te laten volgen die kan helpen botafname te voorkomen.
De Noren presenteerden hun bevindingen op het American Transplant Congress in Seattle, zo meldt Renal and Urology News. Knut Smerud en zijn collega's van de Universiteit van Oslo bestudeerden 124 patiënten met een vroege stabiele nierfunctie na een niertransplantatie. Van deze 124 slikten er 63 tweemaal daags vitamine D3 en calcium gedurende een jaar. De overige 61 deden dat niet.
Risico op gebroken heup onveranderd hoog bij dialysepatiënt
Heupfracturen komen nog steeds vaak voor bij nierpatiënten, ondanks de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt bij het behandelen van nierziektegerelateerde botproblemen. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd aan Stanford University (Californië, VS). Met de achteruitgang van de nierfunctie verslechtert ook de mineraalhuishouding van de botten, met pijn in de botten en botbreuken tot gevolg. Dit wordt 'renale osteodystrofie' genoemd.
'Uitlaatgassen gevaarlijk voor de nieren'
Onderzoekers uit Boston zijn op het idee gekomen de plaats waar iemand woont, te koppelen aan de nierfunctie. Ze waren benieuwd of de nabijheid van een weg waar veel uitlaatgas wordt geproduceerd, samenhangt met een slechtere nierfunctie. Het was al bekend dat de nabijheid van een grote weg een risico vormt op hart- en vaatziekten.

Gepubliceerd: vrijdag 18-05-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel