Orgaandonatie na HIV-besmetting ook in Nederland
Door Merel Dercksen
Transplantatie van organen van donoren met een HIV-besmetting wordt ook in Europa mogelijk. Tijdens de bijeenkomst van Eurotransplant in januari heeft de commissie die zich bezighoudt met de procedures rond uitname, bewaren en implanteren van organen hierover een aanbeveling gedaan. Die is recentelijk rondgedeeld aan alle bij Eurotransplant aangesloten landen. In Zuid-Afrika is het al langer mogelijk te doneren en te ontvangen wanneer je met HIV besmet bent.
Tegenwoordig zijn mensen met een HIV-besmetting vaak in een relatief zo goede conditie en hebben zij een zodanige levensverwachting, dat zij bij nierproblemen voor een transplantatie in aanmerking kunnen komen. Maar doneren met HIV kon hier nog niet, vanwege het besmettingsrisico. Dat gaat nu veranderen met een zogenaamd 'HIV voor HIV'-programma.
De aanbeveling van Eurotransplant omvat een aantal punten. Uiteraard moet de ontvanger, die zelf seropositief is, ermee instemmen dat hij een orgaan krijgt van een andere HIV-patiënt. Ook moet er een gestandaardiseerd protocol zijn waarbinnen de transplantatie plaatsvindt. Het is bijvoorbeeld erg belangrijk te zorgen dat de patiënt met het nieuwe orgaan niet ook een andere variant van HIV oploopt dan hij zelf al heeft. Jeantine Reiger van de Nederlandse Transplantatie Stichting voegt hieraan toe dat er in het ziekenhuis waar de transplantatie plaatsvindt, een onderzoekslijn moet lopen naar HIV.
Ten slotte heeft het uitnameteam in het ziekenhuis waar de donor overlijdt, het recht te weigeren de uitname te verrichten. Het is wel de bedoeling dat zij Eurotransplant hiervan zo snel mogelijk op de hoogte stellen, zodat het transplanterende centrum de gelegenheid krijgt zelf de uitname te regelen.
In Nederland gaat het om gemiddeld een patiënt per jaar die hiervoor in aanmerking zou komen.
|
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen.
Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr. Jagbir Gill en zijn collega's van de University of British Columbia in Vancouver hebben onderzocht hoe veel groter dat risico op overlijden wordt wanneer de nier niet meteen werkt, en of het leeftijdsafhankelijk is.
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.

Gepubliceerd: vrijdag 11-05-2012 | 


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel