Rassenongelijkheid niertransplantaties kinderen verminderd door nieuwe regeling
Door Merel Dercksen
Sinds er in 2005 een regeling werd ingevoerd die Amerikaanse kinderen voorrang geeft als er een nier van een overleden donor jonger dan 35 jaar beschikbaar komt, zijn de kansen die kinderen met verschillende etnische achtergronden op een transplantatie maken, naar elkaar toe gegroeid.
Voor jonge nierpatiënten is het, omdat zij nog in de groei zijn, extra belangrijk om getransplanteerd te worden. Een nier van een levende donor verdient daarbij de voorkeur, maar die is lang niet altijd beschikbaar. Om te zorgen dat kinderen dan in elk geval een postmortale nier kunnen krijgen, is in 2005 in de Verenigde Staten Share 35 ingevoerd. Deze regeling bepaalt dat wanneer er een nier beschikbaar komt van een donor onder de 35 jaar, die in principe naar een kind gaat.
Afro-Amerikaanse en latino kinderen maakten altijd een kleinere kans op een transplantatie dan blanke kinderen. Om na te gaan of de nieuwe regeling ook invloed heeft gehad op deze ongelijkheid, onderzochten Amerikaanse wetenschappers de wachttijden voor kinderen per etnische groep voor en na invoering van Share 35. Ze keken naar bijna 2.300 kinderen die voor de invoering getransplanteerd werden, en meer dan 2.400 die erna een nieuwe nier kregen.
In het algemeen maken kinderen nu meer kans een postmortale nier te ontvangen dan voor 2005. Vooral latino kinderen worden nu veel vaker met een dergelijke nier getransplanteerd. Zij wachten gemiddeld 201 dagen korter dan voor de invoering van Share 35. Voor Afro-Amerikaanse en blanke kinderen geldt ook een verschuiving, maar kleiner. De laatste groep heeft het minst geprofiteerd van de nieuwe regeling. Hiermee is de ongelijkheid tussen etnische groepen die er bestond in de kans die kinderen maken op een postmortale nier, verkleind.
Ee punt van aandacht is wel, dat er in alle onderscheiden groepen een verschuiving heeft plaatsgevonden van levende naar postmortale transplantatie. Levende donaties zijn bij blanke kinderen met een kwart, en bij kinderen met een niet-blanke achtergrond met bijna de helft afgenomen.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: maandag 30-04-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel