'Kans op overlijden veel kleiner bij hemodiafiltratie'
Hemodiafiltratie is sterk levensverlengend vergeleken met de meer traditionele hemodialyse. Onderzoekers stellen op basis van informatie uit de CONTRAST-studie, dat de kans om te overlijden wel 38% lager ligt.
In het CONTRAST-onderzoek ondergingen ruim 700 nierpatiënten drie jaar lang normale hemodialyse of hemodiafiltratie. Daarbij worden afvalstoffen effectiever verwijderd uit het bloed. Bij deze intensieve dialyse wordt meer vocht dan normaal uit het bloed van de patiënt verwijderd en deels vervangen door steriele vloeistof. Alle patiënten krijgen drie maal per week vier uur lang een behandeling.
Op het eerste gezicht leken patiënten bij gewone en intensieve dialyse even goed af te zijn. Bij nadere analyse bleek echter dat niet bij alle patiënten uit de intensieve groep het beoogde volume aan plasmawater was vervangen door ‘schone’ vloeistof. Patiënten waarbij de intensieve dialyse volgens plan was uitgevoerd, hadden 38 procent minder kans om te overlijden dan patiënten die normale dialyse ondergingen. De resultaten verschijnen deze week in het tijdschrift Journal of the American Society of Nephrology.
'De resultaten van het CONTRAST-onderzoek suggereren dat binnen de huidige organisatie van de dialysezorg gezondheidswinst te behalen valt met hoogvolume hemodiafiltratie', zegt nefroloog Peter Blankestijn van het UMC Utrecht. Hij leidde het onderzoek samen met prof. dr. Piet ter Wee van het VUmc. 'De methode is nu nog iets duurder dan de standaardbehandeling. Als de prijs nog iets naar beneden gaat, denken wij dat het een kosteneffectieve methode kan zijn om de gezondheid van nierpatiënten te verbeteren.' Blankestijn benadrukt dat de intensieve dialyse geen nadelen heeft, behalve de kosten. Dialysecentra met moderne apparatuur kunnen de behandeling gewoon uitvoeren en doen dat vaak ook al, zij het meestal bij een selectieve groep patiënten.
Het CONTRAST-onderzoek wordt uitgeveord door het UMC Urtecht, het VUmc (Amsterdam), Medisch Centrum Alkmaar en het Maasstad Ziekenhuis (Rotterdam). 26 Nederlandse dialysecentra deden mee aan het onderzoek, plus twee uit Canada en één uit Noorwegen.
|
Immuungemedieerde nierschade door HIV vaker bij Afrikanen
Patiënten die geïnfecteerd zijn met het HIV-virus, lopen het risico op HIV-gerelateerde nierproblemen. Veel HIV-patiënten krijgen te maken met HIVAN (HIV-associated nephropathy) of HIVICK (HIV-associated Immuno Complex Kidney disease). Daar waar over HIVAN inmiddels vrij veel bekend is, is over HIVICK nog veel onduidelijk. Artsen van de Johns Hopkins universiteit in Baltimore (VS) proberen daar nu meer klaarheid in te scheppen.
HIVAN en HIVICK hebben gemeen dat in beide ziektes de glomeruli in de nieren worden aangetast. Bij HIVAN is dat echter direct gevolg van de HIV-infectie, terwijl bij HIVICK verbindingen van antilichamen van het immuunsysteem (immuuncomplexen) in de glomeruli neerslaan en die blokkeren. Het doel van het onderzoek was te bepalen welke HIV-patiënten een verhoogd risico lopen op HIVICK. De artsen deden dat door, gedurende bijna 15 jaar, 751 HIV-patiënten te volgen.
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen. Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr.
PEG als laxeermiddel kan acute nierschade veroorzaken
Hoewel het nog niet algemeen onderkend wordt, geeft ook het voorkeursmiddel bij laxeren voorafgaand aan een darmonderzoek risico op nierproblemen, schrijven Koreaanse onderzoekers. Dit middel geniet juist de voorkeur, omdat andere, eerder meer gebruikte middelen, onomkeerbare nierschade tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekers denken wel dat de nierschade door het voorkeursmiddel meestal tijdelijk is, en vaak te voorkomen door voldoende vocht toe te dienen.

Gepubliceerd: vrijdag 27-04-2012 | 


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Eindelijk de langverwachte publicatie in JASN over de CONTRAST-studie! Het artikel laat zien dat de mindere kans op overlijden alleen geldt indien er meer dan 22 liter vloeistof wordt vervangen. In de studie is dat volume gemiddeld 20 liter, en dat is in veel dialysecentra wellicht niet anders. Uit het artikel kan ik het niet concluderen, maar om de levensverlengde werking van HDF te krijgen ligt het optimale volume waarschijnlijk hoger dan 22 liter. Volgens de auteurs van het JASN artikel moet de relatie tussen een hoog HDF-volume en een mindere kans op overlijden nog met enige voorzichtigheid bekeken worden en zal verder onderzoek het gunstige effect moeten bevestigen. Hopelijk wordt de kennis uit de CONTRAST-studie wijd verspreid onder de nefrologen, verpleegkundigen en patiënten in Nederland en daarbuiten. Het zou goed zijn als de auteurs van het artikel daar een actieve rol in zouden willen spelen.
Reageer ook op dit artikel