Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Lees voor | Reageer | Verstuur | Druk af   

Europa steekt 12 miljoen in onderzoek naar zeldzame nierziekten

Door Merel Dercksen 

Prof.Dr. F. Schaefer

Het European Consortium for High-Throughput Research in Rare Kidney Diseases, kortweg EURenOmics, krijgt de komende vijf jaar in totaal 12 miljoen euro om onderzoek te doen naar zeldzame nierziekten. Projectleider Franz Schaefer, hoofd van de afdeling kindernefrologie van de universiteit van Heidelberg, maakte de toekenning door de Europese Commissie op maandag 23 april bekend.

Het doel van het onderzoeksprogramma is nieuwe genen, biomarkers en hopelijk ook therapieën te vinden, allemaal rond zeldzame nierziekten. Het project concentreert zich rond vijf groepen van deze aandoeningen waarbij, volgens de aanvragers van de subsidie, diagnostische en therapeutische vooruitgang het hardst nodig zijn, maar waarbij ook de kans dat er door onderzoek belangrijke stappen gezet kunnen worden, heel groot is. Het gaat om steroïdresistent Nefrotisch syndroom, Membraneuze nefropathieën, aandoeningen waarbij de tubulaire cellen in de nier aangetast zijn, ziektes die gekenmerkt worden door een extreme activatie van het complementsysteem en aangeboren afwijkingen van de nieren en de urinewegen. Die laatste groep is de belangrijkste oorzaak van chronische nierziekte bij kinderen.

Behalve de universiteit van Heidelberg maken ook instituten in de Verenigde Staten en tal van Europese landen waaronder Nederland en België deel uit van het onderzoeksconsortium. In Nederland en België gaat het om het UMC Utrecht (Nine Knoers),  UMC St Radboud Nijmegen (Jack Wetzels, René Bindels en Joost Hoenderop) en het UZ Leuven (Elena Levtchenko). De verschillende instellingen zullen hun patiëntgegevens samenvoegen, zodat er een grote database ontstaat.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 24-04-2012 | Nog geen reacties


Antistoffen voorspellen terugkeer FSGS na niertransplantatie

Terugkeren van de nierziekte focale segmentale glomerulosclerose (FSGS) in een getransplanteerde nier kan tot gevolg hebben dat de nier versneld verloren gaat. Het lijkt er op dat antistoffen tegen lichaamseigen eiwitten een rol spelen bij het ontstaan van FSGS. Om te onderzoeken welke antistoffen bij dit proces betrokken zijn, heeft een groep onderzoekers verschillende antistoffen steeds verder geselecteerd totdat er uiteindelijk zeven antistoffen overbleven. Die zeven antistoffen samen kunnen met een grote (92%) nauwkeurigheid voorspellen of FSGS na transplantatie weer terugkomt. Antistoffen tegen CD40, een eiwit dat deel uitmaakt van het afweersysteem, zijn de meest belangrijke voorspeller. Er zijn diverse mogelijkheden om de werking van de antistoffen tegen CD40 te blokkeren. Studies om te onderzoeken welke van die mogelijkheden de meest effectieve is om de terugkeer van FSGS te voorkomen, zijn nu nodig.

FSGS is een ziekte die de podocyten, cellen van de nierfilters (glomeruli) aantast, veroorzaakt dat er veel eiwit in de urine komt, en uiteindelijk tot nierfalen kan leiden. Het is een ziekte die terug kan komen in de getransplanteerde nier. Dat is het geval bij 20 tot 40% van de FSGS-patiënten in het eerste transplantaat en bij tot 80% in het tweede transplantaat.

Lees meer »

Shunt voor dialyse is slecht voor het hart »

Voor hemodialyse is toegang tot de bloedbaan vereist. Hiertoe wordt bij voorkeur een arterioveneuze fistel aangelegd: een kunstmatige verbinding tussen een ader en een slagader, meestal in één van beide armen. Uit nieuw Australisch onderzoek blijkt echter dat er aan deze oplossing toch wel enige directe nadelen voor het hart en de bloedvaten kleven. Bij een behandeling zoals hemodialyse moet voor elke sessie een ader worden aangeprikt.

Lees meer »

Eenmalig antibioticum voorkomt infecties na niertransplantatie ook »

Hoe geef je antibiotica om infecties te voorkomen na een niertransplantatie? Spoel je de wond of geef je meerdere soorten tot alle katheters en lijnen verwijderd zijn? Wereldwijd is er geen consensus over. Italiaanse onderzoekers pleiten voor het eerste: het aantal infecties lijkt na beide methodes gelijk en in het kader van de groeiende resistentie van bacteriën is het beter om waar mogelijk minder antibiotica te gebruiken.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.