Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Lees voor | Reageer | Verstuur | Druk af   

Bij verminderde nierfunctie is nieuw antibioticum tegen Clostridium beste keus

Door Albert de Vreede 

PatiŽnten met een verminderde nierfunctie en een Clostridium difficile infectie reageren beter op het antibioticum fidaxomicine (merknaam Dificlir) dan op het traditionele vancomycine. Met afnemende nierfunctie wordt dat verschil nog groter en is fidaxomicine verregaand superieur aan vancomycine. Dat blijkt uit onderzoek van Kate Mullane van de Universiteit van Chicago.

Clostridium difficile (Wikipedia)

Als gevolg van een behandeling met een breedspectrum-antibioticum krijgen mensen vaak diarree. Die diarree kan veroorzaakt worden door verandering in de beweeglijkheid van de darm of doordat de normale bacterieflora van de darm verstoord is. Maar vaak komt die diarree ook doordat er een infectie met Clostridium difficile is. Er wordt dan geadviseerd om het gebruik van antibiotica te stoppen, maar dat is in veel gevallen niet voldoende om van de Clostridium infectie af te raken.

De behandeling met antibiotica kan vaak ook niet gestopt worden, omdat de infectie, die met de antibiotica bestreden is, nog niet voorbij is. Er moet dan een antibioticum tegen Clostridium ingezet worden. Het antibioticum tegen Clostridium moet bij voorkeur niet in het lichaam worden opgenomen en in de darm blijven. Vancomycine werd daar traditioneel voor gebruikt, maar sinds kort wordt ook fidaxomicine (merknaam Dificlir) gebruikt. Dificlir is sinds december van het afgelopen jaar in Nederland en de EU toegelaten voor de behandeling van Clostridium difficile. Fidaxomicine blijkt beter te werken dan vancomycine. Fidaxomicine is beter voor het bestrijden van de acute Clostridium infectie en zorgt er ook voor dat Clostridium minder vaak terugkomt.†

Bij patiŽnten met verminderde nierfunctie is de werkzaamheid van fidaxomicine nu ook onderzocht. Het onderzoek is begin deze maand door Kate Mullane gepresenteerd op het congres van de Society of Hospital Medicine. Er zijn meer dan 2.000 patiŽnten behandeld, de helft met fidaxomicine en de helft met vancomycine. Van die patiŽnten had 27% een iets verminderde nierfunctie (creatinineklaring van 60Ė90 ml/min), 21% een matig verminderde nierfunctie (klaring 30Ė60 ml/min), en 9% een ernstig verminderde nierfunctie (klaring 15-30 ml/min). PatiŽnten met een verminderde nierfunctie raken een Clostridium infectie minder gemakkelijk kwijt dan verder gezonde patiŽnten.

In de met fidaxomicine behandelde groep komt Clostridium terug bij 11% van de patiŽnten met een normale nierfunctie, en in de met vancomycine behandelde groep bij 21%. Bij patiŽnten met een ernstig verminderde nierfunctie zijn de percentages 15% voor fidaxomicine, en maar liefst 35% voor vancomycine. De 15% waarbij de Clostridium terugkomt bij de patiŽnten met ernstig verminderde nierfunctie is maar beperkt verhoogd ten opzichte van de 11% bij de patiŽnten met een normale nierfunctie.

Voor patiŽnten met een verminderde nierfunctie blijkt een behandeling van Clostridium difficile met fidaxomicine dus veel beter te zijn dan een behandeling met vancomycine.†

sterren Gepubliceerd: woensdag 18-04-2012
Bron: Medpage Today | Nog geen reacties


Extra markers geven niet meer informatie verloop membraneuze nefropathie

Aanwezigheid van alfa-1-microglobuline en beta-2-microglobuline in de urine kunnen wijzen op schade aan de nieren. Voor patiënten met idiopathische membraneuze nefropathie (iMN, hoewel andere afkortingen ook voorkomen) zegt de vondst van deze moleculen hoe de ziekte zich op langere termijn zal ontwikkelen, maar de inschatting is dan niet volkomen accuraat. Daarvoor zijn meer markers nodig. Onderzoekers van het Radboudumc en van het UMC Groningen vroegen zich af of biomarkers KIM-1 en NGAL die rol wellicht zouden kunnen vervullen.

Bij iMN raken de nierfilters beschadigd door het neerslaan van antistoffen. Daardoor lekt er eiwit in de urine (het lijkt op IgA van vorige week, maar de antistoffen zijn anders). Als er meer dan 3 gram eiwit per dag in de urine lekt, spreekt men van nefrotisch syndroom (NS). Het voorvoegsel 'idiopatisch' betekent dat er geen duidelijke oorzaak voor het neerslaan van die antistoffen gevonden kan worden. iMN is in Nederland de belangrijkste oorzaak van nefrotisch syndroom bij volwassenen. De standaardbehandeling is vergelijkbaar met de standaardbehandeling van IgA: niersparende bloeddrukverlagende medicijnen en een zoutbeperkt dieet.

Lees meer »

Zwaardere medicatie IgA vaker zinvol dan richtlijn stelt »

De standaardbehandeling van IgA-nefropathie bestaat uit medicatie om de bloeddruk te verlagen in combinatie met een zoutbeperkt dieet. Steroïden worden, vanwege de bijwerkingen, pas ingezet als de standaardbehandeling niet lijkt aan te slaan. Uit Italiaans onderzoek blijkt nu echter dat het misschien toch zin heeft om eerder met steroïden te beginnen.

Lees meer »

Beenmerg van donor verandert reactie immuunsysteem na transplantatie »

Onderzoekers van†Columbia University Medical Center denken het geheim te hebben ontrafeld achter tolerantie van een nieuwe nier zonder medicijnen. Onderdeel van hun strategie is het meetransplanteren van beenmerg van de donor. Met een nieuwe techniek hebben de onderzoekers zichtbaar gemaakt wat er dan in het immuunsysteem van de getransplanteerde patiŽnt gebeurt.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.