'Maak medicijnkeuze afhankelijk van toestand nier bij transplantatie'
Door Gerard Kok
Het weefsel van chronisch slechter functionerende nieren vertoont in meer of mindere mate littekenvorming (fibrose in het interstitium) en afsterving van de nierbuisjes, de tubuli. Meer littekenweefsel betekent in het algemeen een slechtere nierfunctie. Artsen van het Maastricht UMC hebben onderzocht hoe de mate van littekenvorming in donornieren afhangt van de gebruikte medicijnen na transplantatie.
Het onderzoek omvatte de gegevens van 109 patiënten die tussen 2003 en 2007 een succesvolle niertransplantatie hadden ondergaan, en waarbij zowel tijdens (of vlak voor) de transplantatie als één jaar daarna een biopsie was uitgevoerd op de donornier. Bij een biopsie wordt een klein stukje weefsel (biopt) weggenomen om te analyseren. Voor alle biopten werd de mate van littekenvorming bepaald aan de hand van de IF/TA score (interstitial fibrosis and tubular atrophy score), waarbij een waarde tussen 0 (geen schade) en 3 (veel schade) aangeeft hoeveel littekenweefsel er is aangetroffen. Alle patiënten waren behandeld met òf sirolimus (Rapamune) òf mycofenolaatmofetil (CellCept), en diverse andere medicijnen. Die laatste waren voor alle patiënten gelijk. Sirolimus en mycofenolaatmofetil zijn beide geneesmiddelen die het immuunsysteem onderdrukken.
Uit de analyse van de IF/TA scores bleek dat patiënten waarvan de donornier een 0 scoorde bij transplantatie beter af waren met sirolimus, terwijl de patiënten die een donornier met een hogere IF/TA score na een jaar minder littekenweefsel hadden als zij behandeld waren met mycofenolaatmofetil. Dat suggereert dat het zin heeft om vooraf een 'protocol' biopsie te doen op de donornier om te bepalen met welk medicijn de patiënt na afloop van de transplantatie het best kan worden behandeld.
|
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen.
Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr. Jagbir Gill en zijn collega's van de University of British Columbia in Vancouver hebben onderzocht hoe veel groter dat risico op overlijden wordt wanneer de nier niet meteen werkt, en of het leeftijdsafhankelijk is.
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.

Gepubliceerd: donderdag 12-04-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel