Niercyste verkleint risico nierstenen bij jichtpatiënten
Door Merel Dercksen
Mensen met jicht lopen een verhoogd risico om ook nierstenen te krijgen. En ook op kleine, enkelvoudige cystes in hun nieren. Maar in dat geval neemt het risico op nierstenen weer opvallend veel af, blijkt uit Braziliaans onderzoek.
Nierstenen en jicht zijn twee aandoeningen die relatief vaak samen voorkomen. Jicht ontstaat wanneer zich een afzetting van urinezuurkristallen in de gewrichten vormt. Urinezuur dat ook, wanneer het onvoldoende wordt uitgescheiden, kan neerslaan in de nieren en daar nierstenen vormen. Braziliaanse wetenschappers wilden nagaan of jicht ook relatief vaak samengaat met een andere, in principe onschuldige aandoening aan de nieren: het voorkomen van enkele kleine cystes.
Ze maakten een echo van de nieren van 146 jichtpatiënten; 47 gezonde levende nierdonoren die een routinematige echo hadden ondergaan dienden als gematchte controlegroep. Ruim een kwart van de jichtpatiënten bleek kleine niercystes te hebben, tegen maar 10 procent van de controlegroep. En hoewel ook in dit onderzoek de jichtpatiënten als totale groep veel vaker nierstenen bleken te hebben dan de gezonde controlegroep, constateerden de onderzoekers hier een ander onverwacht verband: Bij de jichtpatiënten met niercystes kwamen nierstenen vijf keer minder voor dan bij de jichtpatiënten zonder niercystes. De onderzoekers vonden geen relatie met factoren als leeftijd, geslacht of hoge bloeddruk.
Of niercystes een beschermend effect hebben dat de vorming van nierstenen bij jicht tegengaat, is iets wat de onderzoekers zich nog afvragen. Er kan ook een ander proces ten grondslag liggen aan deze relatie.
Gepubliceerd: donderdag 05-04-2012
Bron: Rheumatology International | Nog geen reacties
'Standaardbehandeling hepatitis C na niertransplantatie veiliger dan gedacht'
Hepatitis C wordt tegenwoordig meestal behandeld met medicatie gebaseerd op interferonen. In het algemeen wordt aangenomen dat een dergelijke behandeling bij niergetransplanteerden het risico op afstoting van de donornier sterk verhoogt, en bovendien de hepatitis C niet effectief bestrijdt. Saoedisch onderzoek laat echter zien dat interferontherapie beter werkt dan gedacht, en dat het risico op afstoting klein is.
Hepatitis C is leverinfectie die veroorzaakt wordt door het hepatitis C-virus. De standaardbehandeling bestaat uit medicatie zoals peginterferon en ribavirin, die gebaseerd zijn op interferonen. Interferonen zijn eiwitten die de cellen van het immuunsysteem in staat stellen onderling te communiceren. Schattingen van het aantal geïnfecteerden met hepatitis C wereldwijd lopen uiteen van 130 tot 200 miljoen. Hepatitis C komt relatief vaak voor onder patiënten met ernstige nierinsufficiëntie; zij lopen het dan vaak in het ziekenhuis op.
Voor het Saoedische onderzoek werden 32 nierpatiënten met chronische hepatitis C onderzocht, die tussen november 2007 en december 2011 een donornier hadden ontvangen. De deelnemers kregen gedurende bijna een jaar medicatie gebaseerd op interferonen. Een ongeveer even grote controlegroep ontving een andere behandeling.
Verandering in natrium in bloed wijzigt bloeddruk direct »
Kleine wijzingen in de natriumconcentratie in het bloedplasma ('plasmanatrium') lijken onmiddellijke gevolgen te hebben voor de bloeddruk. Deze kennis kan van belang zijn voor hemodialysepatiënten. De hoeveelheid in het dialysaat beïnvloedt de hoogte van het plasmanatrium, en dus, wellicht, de hoogte van de bloeddruk. Bij hemodialyse ligt hoge bloeddruk op de loer, en dus is het nuttig te weten of de bloeddruk vrijwel direct geregeld kan worden via de hoeveel natrium in het dialysaat.
Aandacht voor indicatoren die overlijden hemodialysepatiënt voorspellen noodzakelijk »
Ziekenhuisopnames leiden bij hemodialysepatiënten, misschien nog wel meer dan bij anderen, tot hoge kosten en ze verminderen de levenskwaliteit. Een reden om na te gaan of een ziekenhuisopname te voorspellen is, en daarmee misschien te voorkomen of uit te stellen.

Reacties
Reageer op dit artikel