Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Nierschade door HIV-medicijn Tenofovir

Door Albert de Vreede 

Een HIV-infectie is tegenwoordig goed te behandelen. Er zijn een heleboel middelen beschikbaar die het virus uitstekend onder de duim houden. Daarmee is een HIV-infectie een 'normale' chronische ziekte geworden.  HIV-patiënten overlijden niet meer aan AIDS. Ze krijgen net als iedereen ouderdomsziekten zoals diabetes, hoge bloeddruk en opvallend veel nierziekten. Tenofovir is een anti-HIV middel dat er van verdacht wordt nierproblemen te veroorzaken.  

Tenofovir is een veel gebruikt middel dat als grote voordeel heeft dat het maar een keer per dag hoeft te worden ingenomen. Tenofovir zit dan ook in ongeveer de helft van alle gebruikte combinatiepillen om HIV te behandelen. Bekende combinaties met tenofovir zijn Truvada, Atripla, en Complera. Truvada wordt niet alleen gebruikt om HIV te behandelen maar ook om besmetting te voorkomen, met wisselend succes.

Nu is bij een grote groep van meer dan 10.000 HIV-patiënten onderzocht welke anti-HIV middelen nierproblemen geven. Middelen als ritonavir (eiwit in urine), atazanavir, en indinavir hebben wel wat invloed op het functioneren van de nieren, maar geven geen grote problemen. Efavirenz zorgt zelfs voor minder eiwit in de urine en verbetert de nierfunctie. Tenofovir blijkt het enige middel te zijn dat ernstige nierproblemen kan geven. Tenofovir kan eiwitverlies in de urine, snelle achteruitgang van de nierfunctie, en verminderde nierfunctie veroorzaken. Een verminderde nierfunctie wordt hier gedefinieerd als een creatinineklaring van minder dan 60 ml/min. Eenmaal opgelopen nierschade blijkt helaas niet snel te herstellen als het gebruik van tenofovir gestopt wordt.

Het gevaar van tenofovir is gelukkig minder erg dan het op het eerste gezicht lijkt. Ten opzichte van de controlegroep, die nooit tenofovir heeft gebruikt, is de kans op verdubbeling van het creatinine in het bloed maar met 10% verhoogd. Het risico op eiwit in de urine samen met verminderde nierfunctie is met 35% verhoogd, maar in absolute zin nog steeds klein.

De Nederlandse en ook de toonaangevende Amerikaanse richtlijnen voor de behandeling van HIV-patiënten schrijven voor dat regelmatig het eiwitgehalte in de urine en het creatinine in het bloed bepaald moet worden. Als dat gedaan wordt en tijdig met tenofovir gestopt wordt, lijkt tenofovir veilig gebruikt te kunnen worden.

De conclusie van deze studie is dat tenofovir een effectief anti-HIV middel is. Een goed inzicht in de effecten van het middel op de lange termijn ontbreekt. Verder onderzoek naar die bijwerkingen van tenofovir is dan ook nodig.

sterren Gepubliceerd: maandag 19-03-2012
Bron: AIDS | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Wim, Den Haag
    27-03-2012 16:17

    Hiv infecties - dus asymptmatisch en gezond (geen AIDS) - zijn "goed te behandelen" met NIERSCHADE (onder andere leuke levensbedreigende schaden).

    Hulpverleners die deze doodsgevaarlijk onzin propageren zijn oftewel doodstom of criminelen.


Shunt van eigen vaten onvoordeliger bij oudste patiŽnten

Alleen voor oudere hemodialysepatiënten met een lage levensverwachting is het kosteneffectiever om een arterio-veneuze graft in plaats van een arterio-veneuze fistel te plaatsen, althans voor zover dit na aanvang van de dialyse gebeurt. Dit blijkt uit een wiskundig model dat Amerikaanse onderzoekers hebben opgesteld.

Voor regelmatige hemodialyse is een geschikte toegang tot de bloedbaan nodig. Een dergelijke toegang kan in het algemeen worden verkregen door een katheter in een groot bloedvat (bijvoorbeeld in de nek), of een shunt. Een shunt is een verbinding tussen twee bloedvaten, meestal in de onderarm. Als de shunt is aangelegd door twee vaten direct te verbinden spreekt men van een arterio-veneuze fistel (AV-fistel), en als er gebruik is gemaakt van een kunstmatig bloedvat om een verbinding te maken tussen twee vaten van een arterio-veneuze graft (AV-graft).

Lees meer »

Buikomvang voorspelt nierschade net zo goed als CT »

Het voegt niets toe om een exacte bepaling van de hoeveelheid buikvet te doen met een CT-scan, als je in wilt schatten wat het risico is op verslechterende nierfunctie. Een centimeter rond de buik leggen en de patiënt wegen werkt net zo goed, schrijven Amerikaanse onderzoekers. Overgewicht is een risicofactor voor nierschade en het maakt ook nog uit waar het meeste vet zit.

Lees meer »

Meer dementie na niertransplantatie 55+ »

Niergetransplanteerden op leeftijd lopen een veel hogere kans dementie te krijgen dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Dit heeft op zijn beurt ook weer gevolgen voor het risico op overlijden of het verliezen van hun donornier: die zijn beide ook een stuk hoger dan bij even oude getransplanteerden zonder dementie, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.