Nierstichting geeft 660.000 voor onderzoek immunosuppressiva
Door Jeroen van Setten
LinkedIn profielfoto
Dr. Mark C. Dessing van de afdeling Pathologie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam heeft een beurs van 660.000 euro gekregen van de Nierstichting. Hij krijgt deze Kolff Senior Grant om vier jaar onderzoek te doen naar de invloed van afweeronderdrukkende middelen (immuunsuppressiva) op het aangeboren immuunsysteem.
Na een niertransplantatie krijgen patiënten afweeronderdrukkende middelen om te voorkomen dat het donororgaan wordt afgestoten. Dat maakt hen wel vatbaarder voor infecties, vooral van de urinewegen. Deze infecties vormen een groot klinisch probleem. Recent onderzoek laat zien dat immuunsuppressiva ook het aangeboren immuunsysteem beïnvloeden. De medicijnen werken met name in op de Toll-like Receptoren (TLRs), die binnendringende ziektekiemen kunnen herkennen en een afweerreactie tegen bacteriën op gang brengen.
Opmerkelijk is dat niet ieder afweeronderdrukkend middel hetzelfde effect heeft. Zo zijn er immuunsuppressiva die de werking van TLRs verzwakken, maar er zijn er ook die de werking versterken. Dessing wil achterhalen hoe de verschillende middelen elk afzonderlijk en in combinatie de activiteit van de TLRs beïnvloeden. Als dat mechanisme ontrafeld is, kan dat leiden tot de ontwikkeling van medicatie die ervoor zorgt dat de donornier behouden blijft, zonder dat de afweer tegen infecties hieronder lijdt.
Gepubliceerd: woensdag 29-02-2012
Bron: AMC Magazine maart 2012 | Nog geen reacties
'Standaardbehandeling hepatitis C na niertransplantatie veiliger dan gedacht'
Hepatitis C wordt tegenwoordig meestal behandeld met medicatie gebaseerd op interferonen. In het algemeen wordt aangenomen dat een dergelijke behandeling bij niergetransplanteerden het risico op afstoting van de donornier sterk verhoogt, en bovendien de hepatitis C niet effectief bestrijdt. Saoedisch onderzoek laat echter zien dat interferontherapie beter werkt dan gedacht, en dat het risico op afstoting klein is.
Hepatitis C is leverinfectie die veroorzaakt wordt door het hepatitis C-virus. De standaardbehandeling bestaat uit medicatie zoals peginterferon en ribavirin, die gebaseerd zijn op interferonen. Interferonen zijn eiwitten die de cellen van het immuunsysteem in staat stellen onderling te communiceren. Schattingen van het aantal geïnfecteerden met hepatitis C wereldwijd lopen uiteen van 130 tot 200 miljoen. Hepatitis C komt relatief vaak voor onder patiënten met ernstige nierinsufficiëntie; zij lopen het dan vaak in het ziekenhuis op.
Voor het Saoedische onderzoek werden 32 nierpatiënten met chronische hepatitis C onderzocht, die tussen november 2007 en december 2011 een donornier hadden ontvangen. De deelnemers kregen gedurende bijna een jaar medicatie gebaseerd op interferonen. Een ongeveer even grote controlegroep ontving een andere behandeling.
Verandering in natrium in bloed wijzigt bloeddruk direct »
Kleine wijzingen in de natriumconcentratie in het bloedplasma ('plasmanatrium') lijken onmiddellijke gevolgen te hebben voor de bloeddruk. Deze kennis kan van belang zijn voor hemodialysepatiënten. De hoeveelheid in het dialysaat beïnvloedt de hoogte van het plasmanatrium, en dus, wellicht, de hoogte van de bloeddruk. Bij hemodialyse ligt hoge bloeddruk op de loer, en dus is het nuttig te weten of de bloeddruk vrijwel direct geregeld kan worden via de hoeveel natrium in het dialysaat.
Aandacht voor indicatoren die overlijden hemodialysepatiënt voorspellen noodzakelijk »
Ziekenhuisopnames leiden bij hemodialysepatiënten, misschien nog wel meer dan bij anderen, tot hoge kosten en ze verminderen de levenskwaliteit. Een reden om na te gaan of een ziekenhuisopname te voorspellen is, en daarmee misschien te voorkomen of uit te stellen.

Reacties
Reageer op dit artikel