Cochleaire Implantaten zijn toch geschikt voor niergetransplanteerden
Door Gerard Kok
Helaas krijgen sommige getransplanteerden enige tijd na hun transplantatie te kampen met gehoorverlies, omdat antibiotica de haarcellen in het binnenoor kunnen vernietigen, en zodoende sensorische slechthorendheid kunnen veroorzaken.
In sommige gevallen kan deze slechthorendheid (gedeeltelijk) worden ondervangen door het aanbrengen van een cochleair implantaat (CI). Een cochleair implantaat vangt geluidsgolven op, en zet die om in elektrische pulsen, die daarna met behulp van een antenne naar elektrodes in het binnenoor worden gezonden. De elektrische pulsen prikkelen vervolgens de gehoorzenuw in het binnenoor, zodat de drager van het implantaat geluid hoort. Een operatie is nodig om het implantaat aan te brengen.
Dragers van een CI lopen een iets groter risico op (oor)infecties, en dergelijke infecties wil men uiteraard graag voorkomen bij getransplanteerden. Daarom komen getransplanteerden meestal niet in aanmerking voor een cochleair implantaat. Amerikaanse artsen uit Augusta (Georgia) rapporteren echter recent succes te hebben geboekt bij het implanteren van een CI bij twee niergetransplanteerden. Beide getransplanteerden waren vlak na hun transplantatie behandeld met zware antibiotica, waardoor zij hun gehoor verloren. De patiënten kregen vervolgens een implantaat, terwijl ze verder de medicatie volgden die na een niertransplantatie gebruikelijk is.
Hoewel het geen grootscheeps onderzoek betreft, biedt het toch hoop voor getransplanteerden die doof worden als gevolg van de medicatie die ze moeten gebruiken. De artsen maken nog wel het voorbehoud dat de transplantatie langer dan een half jaar geleden moet zijn voordat het implantaat wordt geplaatst.
|
Risico op gebroken heup onveranderd hoog bij dialysepatiënt
Heupfracturen komen nog steeds vaak voor bij nierpatiënten, ondanks de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt bij het behandelen van nierziektegerelateerde botproblemen. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd aan Stanford University (Californië, VS).
Met de achteruitgang van de nierfunctie verslechtert ook de mineraalhuishouding van de botten, met pijn in de botten en botbreuken tot gevolg. Dit wordt 'renale osteodystrofie' genoemd. Vooral heupfracturen zijn riskant; bij oudere patiënten is het risico op overlijden groot. Daarom is er de laatste decennia veel aandacht besteed aan de behandeling van renale osteodystrofie, maar uit het Amerikaanse onderzoek blijkt dat deze behandeling maar gedeeltelijk effect sorteert. Het risico dat een dialysepatiënt een heupfractuur oploopt is nog altijd vijf keer zo hoog als bij vergelijkbare niet-nierpatiënten.
'Uitlaatgassen gevaarlijk voor de nieren'
Onderzoekers uit Boston zijn op het idee gekomen de plaats waar iemand woont, te koppelen aan de nierfunctie. Ze waren benieuwd of de nabijheid van een weg waar veel uitlaatgas wordt geproduceerd, samenhangt met een slechtere nierfunctie. Het was al bekend dat de nabijheid van een grote weg een risico vormt op hart- en vaatziekten.
'Onderscheid acute en chronische nierschade bij spoedopname klopt vaak niet'
Traditionele markers zijn niet geschikt om in de eerste 24 uur het onderscheid te maken tussen blijvende en herstellende acute nierschade bij patiënten die op een intensive care belanden, schrijven Franse onderzoekers. Misschien betekent dat zelfs wel dat het onderscheid tussen beide vormen van schade niet zo zwart-wit is als tot nu toe gedacht wordt, trekken Australische wetenschappers de conclusie.

Gepubliceerd: donderdag 08-03-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel