Cochleaire Implantaten zijn toch geschikt voor niergetransplanteerden
Door Gerard Kok
Helaas krijgen sommige getransplanteerden enige tijd na hun transplantatie te kampen met gehoorverlies, omdat antibiotica de haarcellen in het binnenoor kunnen vernietigen, en zodoende sensorische slechthorendheid kunnen veroorzaken.
In sommige gevallen kan deze slechthorendheid (gedeeltelijk) worden ondervangen door het aanbrengen van een cochleair implantaat (CI). Een cochleair implantaat vangt geluidsgolven op, en zet die om in elektrische pulsen, die daarna met behulp van een antenne naar elektrodes in het binnenoor worden gezonden. De elektrische pulsen prikkelen vervolgens de gehoorzenuw in het binnenoor, zodat de drager van het implantaat geluid hoort. Een operatie is nodig om het implantaat aan te brengen.
Dragers van een CI lopen een iets groter risico op (oor)infecties, en dergelijke infecties wil men uiteraard graag voorkomen bij getransplanteerden. Daarom komen getransplanteerden meestal niet in aanmerking voor een cochleair implantaat. Amerikaanse artsen uit Augusta (Georgia) rapporteren echter recent succes te hebben geboekt bij het implanteren van een CI bij twee niergetransplanteerden. Beide getransplanteerden waren vlak na hun transplantatie behandeld met zware antibiotica, waardoor zij hun gehoor verloren. De patiënten kregen vervolgens een implantaat, terwijl ze verder de medicatie volgden die na een niertransplantatie gebruikelijk is.
Hoewel het geen grootscheeps onderzoek betreft, biedt het toch hoop voor getransplanteerden die doof worden als gevolg van de medicatie die ze moeten gebruiken. De artsen maken nog wel het voorbehoud dat de transplantatie langer dan een half jaar geleden moet zijn voordat het implantaat wordt geplaatst.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: donderdag 08-03-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel