Ureterstent: minder complicaties na postmortale nierdonatie
Door Gerard Kok
Er bestaat onduidelijkheid of het uitrusten van niergetransplanteerden met een ureterstent voordeel oplevert voor de patiënt. Amerikaanse artsen hebben daarom uitgezocht hoe dit precies zit.
Een stent in het algemeen is een hol slangetje dat in een bloedvat of ander kanaal in het lichaam van een patiënt wordt geplaatst om te zorgen dat dat kanaal niet geblokkeerd raakt. Bij een ureterstent gaat het om een slangetje dat in de urineleider, die loopt tussen het nierbekken en de blaas, wordt geplaatst. Bij volwassenen is de urineleider van de eigen nieren ongeveer 30 centimeter lang, en 4 mm in doorsnee. De urineleider van een getransplanteerde nier is korter. De uiteinden van het slangetje zijn gekruld, om te zorgen dat het na plaatsing blijft zitten. Het kan voorkomen dat de stent een infectie veroorzaakt; om deze complicatie te voorkomen worden moderne stents vaak voorzien van een medicijncoating.
Terug naar het onderzoek. De artsen onderzochten 961 patiënten die tussen 2005 en 2009 een donornier hadden ontvangen. Bijna één derde van deze groep had een stent, de rest niet. Uit het onderzoek bleek dat het aantal complicaties aan de urinewegen (zoals lekkage) significant lager was in de stent-groep, en dit gold dan voornamelijk voor de groep getransplanteerden die een nier hadden ontvangen van een overleden donor. Daarentegen was het aantal urineweginfecties in diezelfde stent-groep hoger.
Ureterstents blijken het aantal urinewegcomplicaties te verminderen, maar het aantal urineweginfecties te verhogen. De artsen raden aan altijd stents te plaatsen bij niertransplantaties van overleden donoren. Voor transplantaties van levende donoren is nader onderzoek nodig.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: donderdag 09-02-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel