Vijf procent meer orgaantransplantaties, wachtlijst weer langer
Door Jeroen van Setten
In 2011 is het aantal orgaantransplantaties gestegen met 5 procent. Het aantal postmortale orgaandonoren steeg met 2 procent. Toch stonden er op 1 januari 2012 nog 1311 mensen op de wachtlijst voor een donororgaan. Vorig jaar waren dat er 1300. Dit en meer blijkt uit de voorlopige jaarcijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting.
Voor het eerst waren er in 2011 meer hartdode donoren dan hersendode donoren. Als een patiënt hersendood is, worden hartslag en ademhaling kunstmatig in stand gehouden. Omdat de bloedcirculatie op gang wordt gehouden, blijven alle organen geschikt voor transplantatie. Hartdode donatie is donatie van organen nadat het hart van een patiënt is gestopt. Bij hartdood is er geen bloedsomloop meer en kunnen niet alle organen gedoneerd worden.
In eerste instantie konden van deze donoren alleen de nieren getransplanteerd worden. Onder andere door verbeterde technieken is het steeds vaker mogelijk om ook de longen, lever en alvleesklier van een donor die hartdood is te gebruiken voor transplantatie.
In 2011 zijn 670 orgaantransplantaties met organen van overledenen uitgevoerd. Daarbij zijn in totaal 763 organen getransplanteerd. Het verschil tussen de aantallen transplantaties en getransplanteerde organen komt doordat er ook weleens meer dan 1 orgaan bij een patiënt wordt getransplanteerd. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om een gecombineerde nier- en alvleeskliertransplantatie of een combinatie van hart en longen. In 2010 was het aantal getransplanteerde organen 716.
Ondanks een daling van het aantal hersendode donoren, is het aantal harttransplantaties gelijk gebleven. In 2011 werd 446 (in 2010: 475) keer gebruik gemaakt van een orgaan van een levende donor.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: dinsdag 31-01-2012 | 


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel