Nieuwe urinemarkers nierschade ook geschikt voor Eerste Hulp
Door Merel Dercksen
De biomarkers in de urine waarop Ferdau Nauta 18 januari hoopt te promoveren aan de Universiteit Groningen, zijn niet alleen geschikt om beginnende chronische nierschade aan te tonen. Volgens gezamenlijk Amerikaans-Duits onderzoek kunnen ze ook heel goed gebruikt worden om op een eerste-hulpafdeling uit te maken of een patiënt acute nierschade heeft.
Het creatininegehalte in het bloed is een manier om te bepalen hoe goed de filterfunctie van de nieren is, maar dat blijft in eerste instantie, bij beginnen chronische nierschade of in de eerste uren tot etmalen van acute nierschade, normaal. Er worden steeds meer stoffen in het bloed en de urine gevonden die al in een eerder stadium aangeven dat iemand nierschade heeft opgelopen. Dat geldt voor chronische schade, bijvoorbeeld de markers KIM-1, NGAL en H-FABP, toont Ferdau Nauta aan in zijn promotieonderzoek.
Op een eerste-hulpafdeling is het voor de behandeling en de inschatting van de kansen van een patiënt van belang om zo snel mogelijk te weten of de patiënt acute nierschade heeft. Duitse en Amerikaanse onderzoekers hebben gezocht naar markers in de urine die dat al vrijwel direct kunnen aangeven. Ze keken naar vijf stoffen: neutrophil gelatinase–associated lipocalin (NGAL), kidney injury molecule-1 (KIM-1), liver-type fatty acid binding protein (L-FABP), interleukine-18 en cystatine C. Bij 1.635 patiënten die op de eerste hulp terecht kwamen maten ze deze eiwitten bij het moment van aankomst. Ze hielden vervolgens bij of de patiënten acute nierschade bleken te hebben en hoe het ze tijdens de ziekenhuisopname verging.
Bij patiënten met acute nierschade waren alle gemeten markers verhoogd, maar NGAL bleek het best bruikbaar en voorspelde de ernst en de duur van de schade het best. NGAL en KIM-1 voorspellen of een patiënt dialyse nodig heeft of zelfs zal overlijden tijdens de ziekenhuisopname die volgt op de binnenkomst op de eerste hulp. Beide markers zorgen ervoor dat het risico voor de patiënt beter ingeschat kan worden dan met de nu gebruikelijke hulpmiddelen. De biomarkers pikten er ook een flinke groep patiënten uit die bij aankomst in het ziekenhuis nog een normale creatininewaarde hadden, maar wel degelijk een verhoogd risico op een slechter herstel liepen.
|
Immuungemedieerde nierschade door HIV vaker bij Afrikanen
Patiënten die geïnfecteerd zijn met het HIV-virus, lopen het risico op HIV-gerelateerde nierproblemen. Veel HIV-patiënten krijgen te maken met HIVAN (HIV-associated nephropathy) of HIVICK (HIV-associated Immuno Complex Kidney disease). Daar waar over HIVAN inmiddels vrij veel bekend is, is over HIVICK nog veel onduidelijk. Artsen van de Johns Hopkins universiteit in Baltimore (VS) proberen daar nu meer klaarheid in te scheppen.
HIVAN en HIVICK hebben gemeen dat in beide ziektes de glomeruli in de nieren worden aangetast. Bij HIVAN is dat echter direct gevolg van de HIV-infectie, terwijl bij HIVICK verbindingen van antilichamen van het immuunsysteem (immuuncomplexen) in de glomeruli neerslaan en die blokkeren. Het doel van het onderzoek was te bepalen welke HIV-patiënten een verhoogd risico lopen op HIVICK. De artsen deden dat door, gedurende bijna 15 jaar, 751 HIV-patiënten te volgen.
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen. Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr.
PEG als laxeermiddel kan acute nierschade veroorzaken
Hoewel het nog niet algemeen onderkend wordt, geeft ook het voorkeursmiddel bij laxeren voorafgaand aan een darmonderzoek risico op nierproblemen, schrijven Koreaanse onderzoekers. Dit middel geniet juist de voorkeur, omdat andere, eerder meer gebruikte middelen, onomkeerbare nierschade tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekers denken wel dat de nierschade door het voorkeursmiddel meestal tijdelijk is, en vaak te voorkomen door voldoende vocht toe te dienen.

Gepubliceerd: maandag 16-01-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel