'De tijd is rijp om te kunnen scoren in de strijd tegen zeldzame nierziekten'

Lees voor | Reageer | Verstuur | Druk af   

Prof.dr. V.V.A.M. Knoers

Nine Knoers, hoogleraar Klinische Genetica en hoofd van afdeling Medische Genetica in het UMC Utrecht, leidt het programma 'aangeboren nierafwijkingen' van het internationale onderzoeksconsortium EURenOMICS, dat gesteund door EU-subsidie de strijd aanbindt met zeldzame nierziekten.

Hoe verwerf je in deze tijd een miljoenensubsidie, voor zeldzame aandoeningen nog wel?

Nine Knoers: “De belangrijkste reden is deze: de tijd is rijp om de oorzaak van dit type aandoeningen relatief gemakkelijk en snel te vinden. Natuurlijk heeft de aanvraag jaren van voorbereiding gekost, en spreekt in ons voordeel dat een groot scala aan toponderzoeksinstellingen samenwerkt in EURenOMICS. Waar we vooral mee konden overtuigen was de inhoud. Dit is hét moment. We hebben sinds kort de kennis van het menselijk genoom én de beschikking over de next generation sequencing technieken om alle genen op te sporen die een rol spelen in het ontstaan van de ziekten die we bestuderen. Die basiskennis is met translationeel onderzoek te vertalen in klinische mogelijkheden voor preventie, verbeterde diagnostiek en behandeling.”

Het European Consortium for High-Throughput Research in Rare Kidney Diseases, kortweg EURenOmics, krijgt de komende vijf jaar in totaal 12 miljoen euro om onderzoek te doen naar zeldzame nierziekten. Het consortium heeft vijf onderzoeksprogramma's voor verschillende groepen zeldzame nieraandoeningen. Nine Knoers leidt het programma dat aanlegstoornissen van de nieren onderzoekt: voorbeelden zijn hoefijzernieren, één- of tweezijdige afwezigheid van nieren (zie figuur) of een dysplastische ontwikkelingsstoornis. Deze aandoeningen vormen tezamen de belangrijkste oorzaak van eindstadium nierfalen bij kinderen.

Hoe verhouden de verschillende programma's zich tot elkaar?

Knoers: “Het bijzondere van de aangeboren aandoeningen is dat er al in de vroege ontwikkeling iets is misgegaan, in de embryonale fase. Het gaat hier niet om functiestoornissen, maar om aanlegstoornissen. We onderzoeken wat er is misgegaan, wanneer, welke genen erbij betrokken zijn, voor welke eiwitten deze genen coderen en wat hun functie is. We proberen ook biomarkers te vinden die al vroeg het beloop van de aandoening kunnen voorspellen, liefst al tijdens de zwangerschap in het vruchtwater. Ook gaan we een DNA-chip ontwikkelen, waarmee straks in één keer meerdere genen die betrokken zijn bij de aangeboren nierafwijkingen zijn te bekijken op mutaties. Daarmee willen we bereiken dat er bij een patiënt niet alleen sneller een diagnose wordt gesteld, maar ook een betere.

In de andere programma's doen ze ongeveer hetzelfde, maar dan toegepast op andere nieraandoeningen. Ontrafelen wat de genese van de ziekte is, en uitzoeken wat de markers zijn die voorspellen welke patiënt ernstige nierschade zal ontwikkelen en welke niet. Als je dat allemaal weet kan je gaan onderzoeken welke therapieën mogelijk zijn om de ziekte te voorkomen of de voortgang ervan te vertragen. Om dergelijke therapieën snel te kunnen testen zullen ook diermodellen voor de verschillende ziekten worden ontwikkeld.

Aan het programma aangeboren afwijkingen werken onderzoeksinstellingen uit Nederland, België, Frankrijk, Finland en Engeland samen. In de jaren van voorbereiding die vooraf gingen aan het programma hebben we al flink geïnvesteerd in het samenbrengen van een onderzoekspopulatie. Samen met Kirsten Renkema is, eerst in Nijmegen en daarna in Utrecht, een groep van bijna 1000 patiënten samengesteld. Met de andere Europese partners hebben we nu een populatie van meer dan 3000 patiënten; dat is het grootste onderzoekscohort dat ooit bijeengebracht is om deze aangeboren nierziekten te onderzoeken.”

Op welke manier kan zo’n dataverzameling een startpunt voor klinische toepassing worden?

Nine Knoers: “Op dit moment hebben we alleen DNA van deze 3000 patiënten en een grove omschrijving welke aandoening ze hebben. In de Europese studie gaan we niet alleen zoeken naar de onderliggende gendefecten bij deze patiënten, maar we gaan ze ook veel gedetailleerder fenotyperen. Daarmee hopen we relaties te kunnen leggen tussen het genotype (de genmutaties) en het fenotype (het specifieke ziektebeeld)."

Hoeveel mensen werken aan de EURenOMICS programma’s?

Nine Knoers: “Veel. Mijn eigen onderzoeksgroep in het UMC Utrecht bestaat nu uit 5 mensen plus ondersteuners. Dankzij de EU-subsidie kunnen we uitbreiden met 2 á 3 mensen; dan wordt het substantieel. En dat geldt voor alle deelnemende centra. Ik schat dat het programma ‘Aangeboren aandoeningen’ straks 50 mensen telt. En dat is dan nog maar één programma binnen het onderzoeksconsortium. Er zijn straks dus een paar honderd mensen bezig met grensverleggend onderzoek naar zeldzame nierziekten. Die zullen echt van zich laten horen!”

Meisjes zeggen vaker ja tegen orgaandonatie

Meisjes zijn vaker bereid na hun dood donor te zijn dan jongens: 82 procent van de 18-jarige vrouwen die hun keuze hebben vastgelegd, geeft aan na overlijden één of meerdere organen of weefsels te willen afstaan. Van de jongens uit 1994 is dat maar 72 procent. Zo is de situatie, één maand nadat minister Schippers alle jongeren uit 1994 een officieel verzoek stuurde om hun keuze aan te geven in het Donorregister.

Uit de eerste cijfers blijkt ook dat jonge vrouwen hun keuze sneller vastleggen dan  mannen. Van alle aanmeldingen die half mei bij het Donorregister binnen waren, komt drie van de vijf (62 procent) van een vrouw. Alle jongeren uit 1994 die hun keuze nog niet hebben vastgelegd in het Donorregister, ontvangen deze week een kleine aansporing in de brievenbus.

Lees verder...

 

Belgische nierpatiënten georganiseerd op vakantie naar Benidorm

Vijfentwintig Belgische nierpatiënten en ongeveer evenveel familieleden vertrokken vannacht op vakantie naar Benidorm. Voor hun medische begeleiding kunnen ze rekenen op hun vertrouwde nefroloog en vier gespecialiseerde verpleegkundigen. Op woensdag 29 mei wacht een welkomstcomité hen ’s middags weer op in het AZ Maria Middelares ziekenhuis.

Lees verder...

'Nieuwe tacrolimus vermindert trillende handen'

Farmaceutisch fabrikant Veloxis Pharmaceuticals uit Denemarken meldt op het American Transplant Congress in Seattle dat zijn nieuwe vorm van anti-afstotingsmedicijn tacrolimus voor minder trillende handen zorgt dan de oorspronkelijke vorm. Tacrolimus is een medicijn dat gebruikt wordt om afstoting van getransplanteerde organen te voorkomen. Een van de vaaak voorkomende bijwerkingen is een tremor. Veloxis heeft een nieuwe vorm van tacrolimus, LCP-TacrO™, in ontwikkeling.

Lees verder...

Uitgelicht

Meest gelezen

Onderzoek

'Vitamine D en calciumsupplementen na transplantatie zinloos'

Volgens Noorse wetenschappers heeft het geen zin patiënten na een niertransplantatie extra vitamine D en calciumsupplementen te geven. Er is geen verschil in botdichtheid tussen mensen die dit wel en niet kregen. Het gaat wel om een vrij kleine steekproef.

Lees verder...

In Hart en Nieren

Lintjes voor twee prominenten in de Nederlandse nierwereld

Ter gelegenheid van de voorlopig laatste Koninginnedag hebben twee prominente personen in de Nederlandse nefrologie een koninklijke onderscheiding gekregen. Het gaat om prof.dr. Willem Weimar en prof.dr. René Bindels.

Lees verder...

Service

Sponsors

Steun NierNieuws

Met één telefoontje van € 1,30 wordt u begunstiger van NierNieuws.

Laatste reacties

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.