Ernstige bijwerkingen behandeling nierkanker aanwijzing voor grotere overlevingskans
Door Gerard Kok
Omdat niercelkanker niet goed te behandelen is met standaard chemotherapie, wordt deze vorm van kanker behandeld door middel van gerichte therapie. Bij gerichte therapie wordt de groei van de tumor op moleculair niveau door medicijnen gestopt. Het is echter vooralsnog niet duidelijk of wat het effect van de bijwerkingen bij deze behandeling op het uiteindelijke resultaat hiervan is. Franse artsen hebben hiernaar onderzoek gedaan voor twee medicijnen die voor de behandeling van niercelkanker worden gebruikt: sunitinib (Sutent) en sorafenib (Nexavar).
Sunitinib en sorafenib zijn beide medicijnen die ernstige bijwerkingen kunnen geven, hoewel de meeste patiënten ze over het geheel genomen goed verdragen. Voor het onderzoek bekeken de artsen de gegevens van patiënten die waren behandeld met sunitinib en sorafenib. De bijwerkingen die tijdens de behandeling waren geconstateerd werden door de onderzoekers geclassificeerd volgens de Common Terminology Criteria for Adverse Events (CTCAE), een systeem met 5 schalen om bijwerkingen van chemotherapie naar ernst in te delen (1 is mild, en 5 is zeer ernstig). Na statistische beoordeling van de aldus verkregen gegevens bleek dat patiënten die ernstiger bijwerkingen (schaal 3 en 4) hadden ondervonden, een grotere overlevingskans hadden dan patiënten die milde bijwerkingen hadden.
Patiënten die met sunitinib of sorafenib tegen niercelkanker worden behandeld, en die ernstige bijwerkingen als gevolg van deze medicijnen ondervonden, hadden ook meer overlevingskans. Wellicht dat in hun geval de medicijnen op beide fronten (het stoppen van de groei van de tumor, en van de bijwerkingen) 'effectiever' waren.
Gepubliceerd: donderdag 26-01-2012
Bron: British Journal of Cancer | Nog geen reacties
Verandering in natrium in bloed wijzigt bloeddruk direct
Kleine wijzingen in de natriumconcentratie in het bloedplasma ('plasmanatrium') lijken onmiddellijke gevolgen te hebben voor de bloeddruk. Deze kennis kan van belang zijn voor hemodialysepatiënten. De hoeveelheid in het dialysaat beïnvloedt de hoogte van het plasmanatrium, en dus, wellicht, de hoogte van de bloeddruk. Bij hemodialyse ligt hoge bloeddruk op de loer, en dus is het nuttig te weten of de bloeddruk vrijwel direct geregeld kan worden via de hoeveel natrium in het dialysaat. Een klein Engels onderzoek lijkt nu in die richting te wijzen.
Maar dat niet alleen: na elke maaltijd die zout bevat, stijgt het plasmanatrium. Behalve dat er eerder al aanwijzingen waren dat dat direct effect heeft op de bloeddruk, wordt er ook gedacht dat het invloed heeft op de endotheelfunctie in de bloedvaten.
De Engelse artsen deden hun onderzoek onder tien hemodialysepatiënten. Een aantal van hen kreeg een dialysaat met een (relatief) lage concentratie natrium, en de anderen kregen een dialysaat met een hogere concentratie natrium. In het algemeen veroorzaken te lage concentraties natrium kramp, terwijl hogere concentraties dus leiden tot hoge bloeddruk. Gedurende de eerste twee uur van de dialysesessie werden elk half uur de bloeddruk en bloedwaarden gemeten. Daaruit bleek dat de patiënten die het dialysaat met lage concentratie hadden gekregen een lagere bloeddruk hadden dan de andere groep.
Aandacht voor indicatoren die overlijden hemodialysepatiënt voorspellen noodzakelijk »
Ziekenhuisopnames leiden bij hemodialysepatiënten, misschien nog wel meer dan bij anderen, tot hoge kosten en ze verminderen de levenskwaliteit. Een reden om na te gaan of een ziekenhuisopname te voorspellen is, en daarmee misschien te voorkomen of uit te stellen.
Nierpatiënten hebben bij orthopedische ingreep meer bloed nodig dan verwacht »
Volgens Amerikaanse onderzoekers hebben patiënten met een ernstige nieraandoening (fase 4 of 5) veel vaker en meer bloed nodig tijdens een operatie dan verwacht. Ze bekeken patiënten die een volledige nieuwe heup of knie kregen. Zoals bij veel orthopedische ingrepen gaat het plaatsen van volledige gewrichtsprotheses vaak met flink bloedverlies gepaard.

Reacties
Reageer op dit artikel