Internationaal EHEC-congres slecht muren tussen disciplines rond HUS
Van 6 tot 9 mei vindt in Amsterdam een bijzonder congres plaats. Alle beroepsgroepen die te maken hebben met het hemolytisch uremisch syndroom (HUS) komen bijeen om kennis uit te wisselen. En dat zijn er heel wat: clinici en onderzoekers, experts in behandeling van zowel kinderen als volwassenen, dierenartsen, onderzoekers op het gebied van voedselveiligheid en microbiologie, epidemiologen; er zijn tal van ontwikkelingen die de werkvelden van al die disciplines laten samenkomen.
Congresvoorzitter dr. Nicole van de Kar (UMC St. Radboud) schetst de actualiteit rond typische en atypische HUS.
De meest voorkomende vorm van HUS, de zogenaamde typische HUS, kennen we vooral als klinisch beeld dat zich voordoet bij kinderen. Het wordt veroorzaakt door een darminfectie met een EHEC-bacterie, ook wel STEC (shiga toxine producerende E.coli) of VTEC (verocytoxine producerende E.coli) genaamd.
'Het gaat om een fecale besmetting. Lange tijd is gedacht dat die veroorzaakt werd door het eten van onvoldoende verhit vlees. Dat bleek maar één van de mogelijke oorzaken te zijn. Inmiddels weten we dat de besmetting met deze E.coli bacterie ook plaats kan vinden door bijvoorbeeld bemesting van landbouwgrond, water waarmee akkers geïrrigeerd worden of door onvoldoende gewassen fruit. Er zijn veel diersoorten die de EHEC-bacteriën bij zich kunnen dragen, maar de grootste besmettingsbron wordt gevormd door runderen. In Nederland draagt 10 tot 15% van de runderen EHEC bij zich.'
In Nederland draagt 10 tot 15% van de runderen EHEC bij zich
Tot vorig jaar werd typische HUS vooral beschouwd als een ziekte die zich voordoet bij met name kinderen en enkele volwassenen met een kwetsbare gezondheid. Sinds de EHEC-crisis in Duitsland vorig jaar, die we ons allemaal nog herinneren, weten we dat EHEC nu evenzeer slachtoffers maakt onder relatief gezonde volwassenen. Hoe kon dat gebeuren? Nicole van de Kar: 'dat heeft te maken met de aanpassing van de EHEC-bacterie aan de omgeving waar hij zich bevindt. De bacterie is in aanraking gekomen met een andere bacteriestam: de EAEC-bacterie, en uit die uitwisseling van erfelijk materiaal tussen beide bacteriën is een nieuwe, hybride bacterie ontstaan die helaas de werking kan hebben die we vorig jaar in Duitsland zagen optreden. Of deze wetenschap het volledige antwoord is op de vraag hoe de kinderziekte ook een volwassenenziekte kon worden is nog niet zeker.'

De 2011 crisis liet zien wat een enorm probleem zich voordoet bij een EHEC–gerelateerde ziekteuitbraak. In Duitsland eiste de bacterie een groot aantal slachtoffers, en door de vele mogelijkheden om een fecale besmetting op te lopen lukte het niet om snel de juiste oorzaak te duiden. Nadat aanvankelijk komkommers als waarschijnlijke besmettingsbron waren aangewezen brak 'komkommmerpaniek' uit, met desastreuze gevolgen voor telers en handelaren. Het duurde geruime tijd voor de werkelijke bron kon worden geïdentificeerd: kiemgroente die als smaakvolle versiering aan salades was toegevoegd.
Nicole van de Kar: 'Hoewel de diagnostiek in de loop der jaren enorm is verbeterd, moeten we dus vaststellen dat de bacterie zichzelf door aanpassing ook tot een geduchter tegenstrever heeft ontwikkeld. Er ligt een grote taak voor alle professionals die zich bezighouden met beheersing van de voedselveiligheid, klinische behandeling van HUS, diergeneeskundige aspecten en research naar biotechnische bestrijding van de VTEC-bacterie.
Het bizarre is dat hetzelfde klinische beeld: nierfalen en afbraak van bloedplaatjes, zich ook voordoet in de zogenaamde atypische vorm van HUS. Daar komt geen bacterie aan te pas! Atypische HUS is het gevolg van een genetische complementafwijking. Het is natuurlijk buitengewoon intrigerend om erachter te komen hoe die twee ziektebeelden zich tot elkaar verhouden. Voor atypische HUS is eind vorig jaar een inmiddels geregistreerd medicijn beschikbaar gekomen, dat in Nederland overigens nog niet vergoed wordt. Dat middel, eculizimab, bekend onder de merknaam Soliris®, is in trialverband vorig jaar voorgeschreven aan slachtoffers van de EHEC-crisis in Duitsland. De eerste resultaten van die trial zullen worden besproken op het EHEC-congres.'
De eerste resultaten van die trial met Soliris® zullen worden besproken op het EHEC-congres
Duidelijk is dat research en klinische praktijk van behandeling van typische en atypische HUS naar elkaar toegroeien onder invloed van deze recente ontwikkelingen. Het EHEC (VTEC2012) congres is het belangrijkste platform waar die multidisciplinaire interactie plaatsvindt. De pilotconferentie op de eerste dag van het congres is in het bijzonder gewijd aan atypische HUS; niet alleen aan de celbiologische aspecten, maar ook aan de klinische praktijk.
Toponderzoekers op het gebied van dit ziektebeeld, dat vaak leidt tot terminaal nierfalen en dat bovendien na transplantatie vaak terugkeert in de donornier, praten de bezoekers bij over de recent verworven inzichten in de pathogenese en in de behandelmogelijkheden van atypische HUS. Zij leggen de verbinding met de klinische en researchpraktijk op het gebied van EHEC-HUS.
Meer informatie over het congres op de site www.vtec2012.org
|
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen.
Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr. Jagbir Gill en zijn collega's van de University of British Columbia in Vancouver hebben onderzocht hoe veel groter dat risico op overlijden wordt wanneer de nier niet meteen werkt, en of het leeftijdsafhankelijk is.
PEG als laxeermiddel kan acute nierschade veroorzaken
Hoewel het nog niet algemeen onderkend wordt, geeft ook het voorkeursmiddel bij laxeren voorafgaand aan een darmonderzoek risico op nierproblemen, schrijven Koreaanse onderzoekers. Dit middel geniet juist de voorkeur, omdat andere, eerder meer gebruikte middelen, onomkeerbare nierschade tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekers denken wel dat de nierschade door het voorkeursmiddel meestal tijdelijk is, en vaak te voorkomen door voldoende vocht toe te dienen.
'Vitamine D en calciumsupplementen na transplantatie zinloos'
Volgens Noorse wetenschappers heeft het geen zin patiënten na een niertransplantatie extra vitamine D en calciumsupplementen te geven. Er is geen verschil in botdichtheid tussen mensen die dit wel en niet kregen. Het gaat wel om een vrij kleine steekproef. Bovendien is het in Oslo gebruikelijk patiënten na transplantatie een vrij intensieve fysieke training te laten volgen die kan helpen botafname te voorkomen.


Gepubliceerd: woensdag 25-04-2012 | 


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel