Nierdonatie boven de 70 geeft geen extra risico voor donor
Door Jeroen van Setten
Ouderen lopen geen extra
risico's bij levende donatie,
maar voor jongere
ontvangers verdient een
jongere donor de
voorkeur.
Goed nieuws voor mensen boven de 70 die een nier willen doneren. Dat is volgens een onderzoek van de Johns Hopkins Universiteit een veilige procedure. De uitgenomen nier gaat weliswaar minder lang mee, maar voor de donor zijn er geen extra risico's. Sterker nog, mensen die op gevorderde leeftijd een nier doneren leven gemiddeld langer dan leeftijdsgenoten die dat niet deden.
De studie, die is verschenen in het tijdschrift van de American Society of Nephrology (CJASN), is ingegeven door het orgaantekort. Ouderen die graag willen doneren worden op dit moment vaak op een leeftijdscriterium afgewezen of doneren wordt hen simpelweg afgeraden. Jonathan Berger en Dorry Segev onderzochten daarom hoe groot de risico's werkelijk zijn.
Ze bestudeerden 219 gezonde volwassenen van ouder dan 70 die een nier hadden gedoneerd en vergeleken ze met gezonde oudere mensen die niet doneerden. De onderzoekers keken of deze oudere donoren een extra risico op overlijden hadden door het doneren. Het onderzoeksteam wilde ook weten of een nier van een levende oudere donor net zo goed functioneerde als andere donororganen.
Gezonde personen ouder dan 70 jaar bleken niet meer kans te lopen om binnen een, vijf of tien jaar na het doneren te overlijden dan andere gezonde ouderen. In feite lagen hun sterftecijfers zelfs lager. De organen van bejaarde donoren functioneerden minder lang dan die van jongere levende donoren, maar ze deden het net zo lang als organen van jongere overleden donoren.
De onderzoekers concluderen dan ook dat er geen enkele reden is mensen van boven de 70 donatie af te raden zolang ze tenminste goed gezond zijn. Maar ze adviseren wel voor jongere ontvangers bij voorkeur een jongere donor te zoeken waarvan de nier in principe langer meegaat.
|
'Vitamine D en calciumsupplementen na transplantatie zinloos'
Volgens Noorse wetenschappers heeft het geen zin patiënten na een niertransplantatie extra vitamine D en calciumsupplementen te geven. Er is geen verschil in botdichtheid tussen mensen die dit wel en niet kregen. Het gaat wel om een vrij kleine steekproef. Bovendien is het in Oslo gebruikelijk patiënten na transplantatie een vrij intensieve fysieke training te laten volgen die kan helpen botafname te voorkomen.
De Noren presenteerden hun bevindingen op het American Transplant Congress in Seattle, zo meldt Renal and Urology News. Knut Smerud en zijn collega's van de Universiteit van Oslo bestudeerden 124 patiënten met een vroege stabiele nierfunctie na een niertransplantatie. Van deze 124 slikten er 63 tweemaal daags vitamine D3 en calcium gedurende een jaar. De overige 61 deden dat niet.
Risico op gebroken heup onveranderd hoog bij dialysepatiënt
Heupfracturen komen nog steeds vaak voor bij nierpatiënten, ondanks de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt bij het behandelen van nierziektegerelateerde botproblemen. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd aan Stanford University (Californië, VS). Met de achteruitgang van de nierfunctie verslechtert ook de mineraalhuishouding van de botten, met pijn in de botten en botbreuken tot gevolg. Dit wordt 'renale osteodystrofie' genoemd.
'Uitlaatgassen gevaarlijk voor de nieren'
Onderzoekers uit Boston zijn op het idee gekomen de plaats waar iemand woont, te koppelen aan de nierfunctie. Ze waren benieuwd of de nabijheid van een weg waar veel uitlaatgas wordt geproduceerd, samenhangt met een slechtere nierfunctie. Het was al bekend dat de nabijheid van een grote weg een risico vormt op hart- en vaatziekten.

Gepubliceerd: zondag 30-10-2011


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel