Donatievraag wordt tegenwoordig te vroeg gesteld
Door Jeroen van Setten
Yorick de Groot, die samen
met Erwin Kompanje, Jan
IJzermans, Gerhard Visser,
Jan Bakker en Mathieu van
der Jagt het onderzoek
uitvoerde.
De vraag naar organen wordt tegenwoordig vrijwel altijd te vroeg gesteld. Na 1998 is meer dan 80 procent van de patiënten op dat moment nog niet hersendood verklaard. En dat is in strijd met de wet. Voor die tijd gebeurde dat maar in 13 procent van de gevallen. Onderzoekers uit het Erasmus MC ontdekten dit tijdens een studie van 228 orgaandonaties in hun ziekenhuis over een periode van 20 jaar.
In 58 procent van de gevallen wordt orgaandonatie tegenwoordig aan de orde gesteld voor het eerste EEG, maar na bevestiging van de afwezigheid van alle hersenstamreflexen. In 24 procent van de gevallen gebeurt dat zelfs op het moment dat de prognose hopeloos wordt geacht, maar nog voordat een neuroloog of neurochirurg daadwerkelijk de afwezigheid van hersenstamreflexen vastgesteld en beoordeeld heeft zoals het Nederlandse hersendoodprotocol voorschrijft.
Het feitelijk te vroeg aan de orde stellen van de donatievraag zoals dat sinds 1998 gebeurt kan leiden tot verwarring bij de familie die daardoor alsnog afziet van donatie. De onderzoekers geven drie voorbeelden van onduidelijkheden bij de donatievraag. In een klinische les geven de zes Rotterdammers ook een aantal leerpunten.
De meest opvallende daarvan is wel dat artsen beter op hun woorden moeten passen als de hersendood nog niet is bevestigd door aanvullend onderzoek. In een gesprek met de naasten van de patiënt moeten ze niet spreken over ‘hersendood’, ‘intreden van de dood’, ‘overleden zijn’ of de feitelijk niet bestaande term ‘klinische hersendood’ gebruiken.
Het kan namelijk blijken dat bij het aanvullend onderzoek de hersendood niet te bewijzen valt, en dat tegen de naasten zal moeten worden gezegd dat de patiënt toch niet is overleden.
|
Meisjes zeggen vaker ja tegen orgaandonatie

Meisjes zijn vaker bereid na hun dood donor te zijn dan jongens: 82 procent van de 18-jarige vrouwen die hun keuze hebben vastgelegd, geeft aan na overlijden één of meerdere organen of weefsels te willen afstaan. Van de jongens uit 1994 is dat maar 72 procent. Zo is de situatie, één maand nadat minister Schippers alle jongeren uit 1994 een officieel verzoek stuurde om hun keuze aan te geven in het Donorregister.
Uit de eerste cijfers blijkt ook dat jonge vrouwen hun keuze sneller vastleggen dan mannen. Van alle aanmeldingen die half mei bij het Donorregister binnen waren, komt drie van de vijf (62 procent) van een vrouw. Alle jongeren uit 1994 die hun keuze nog niet hebben vastgelegd in het Donorregister, ontvangen deze week een kleine aansporing in de brievenbus.
Steeds meer Britse altruïstische donoren
Het aantal altruïstische donoren in het Verenigd Koninkrijk is het afgelopen jaar bijna verdrievoudigd, meldt de BBC. Dat waren vrijwel allemaal nierdonoren. De Human Tissue Authority (HTA) keurde 104 orgaandonaties bij leven aan een onbekende goed in het seizoen 2012-13, vergeleken met 38 in het jaar ervoor. Onder die 104 altruïstische donoren zat 1 persoon die een deel van zijn lever weggaf, de rest doneerde een nier. In totaal vonden er in deze periode ruim 1.
Ierse nierdonoren draaien zelf op voor onkosten rond donatie
Ierse levende nierdonoren hoeven hun operatie niet zelf te betalen, maar krijgen verder geen enkele onkostenvergoeding. Dat constateert prof. Peter Conlon, consultant in het Beaumont Hospital in Dublin, die daar onderzoek naar gedaan heeft. 'Een levende donor kan meestal enkele weken niet werken. Gemiddeld kost het verlies aan inkomen dat daardoor ontstaat, plus andere uitgaven die een donor vanwege zijn operatie moet doen, 5.000 tot 7.000 euro.

Gepubliceerd: dinsdag 11-10-2011 | 


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel