'Minder ciclosporine verbetert uitkomsten niertransplantatie'
Door Merel Dercksen
Medicijnschema's voor getransplanteerde nierpatiënten waarbij direct na transplantatie wordt geprobeerd weinig calcineurineremmers te gebruiken, kunnen de uitkomsten van niertransplantaties verbeteren, concluderen Britse onderzoekers op basis van een literatuurstudie.
Alle medicijnen die helpen voorkomen dat een getransplanteerde nier afgestoten wordt, hebben bijwerkingen, die ook nog eens zeer ernstig kunnen zijn. Daarom zijn er bijvoorbeeld prednison-sparende medicijnschema's ontwikkeld, waarbij de patiënt vrij kort na de transplantatie al minder prednison gaat slikken, zodat hem de lange-termijnbijwerkingen grotendeels bespaard blijven. Maar die schema's schrijven dan wel weer andere afweer onderdrukkende medicijnen voor, die ook schadelijk kunnen zijn.
Er zijn dan ook schema's die bijvoorbeeld zo min mogelijk calcineurineremmers als ciclosporine of tacrolimus bevatten. Wetenschappers van de universiteiten in Birmingham (VK) hebben een meta-analyse uitgevoerd van studies die gedaan zijn naar deze calcineurineremmersparende medicijnschema's. Ze vonden 56 onderzoeken die tussen 1966 en 2010 waren uitgevoerd, waarin patiënten direct na de transplantatie op minder van dit soort medicijnen werden gezet, en werden vergeleken met patiënten die wel een hogere dosis hiervan kregen. In totaal hadden aan deze onderzoeken 11.337 getransplanteerde nierpatiënten deelgenomen.
Op basis van hun analyse stellen de onderzoekers dat het gebruik van moderne middelen tegen afstoting als belatacept of tofacitinib (beide niet in Nederland in gebruik), in combinatie met mycofenolaat mofetil (MMF), het risico op transplantaatfalen verlaagt. Een vergelijkbaar resultaat zien ze bij minimalisatie van calcineurineremmers, waarbij direct of iets later na de transplantatie wel andere afweeronderdrukkende medicijnen gegeven worden. De hedendaagse protocollen lijken het aantal gevallen van acute afstoting niet te verhogen.
Het gebruik van mTOR-remmers als sirolimus samen met MMF, verhoogt het risico op transplantaatfalen dan juist weer.
Samenvattend concluderen de onderzoekers dat calcineurineremmersparende medicijnschema's ook nog verband houden met minder nieren die vertraagd op gang komen, een verbeterde nierfunctie, en minder patiënten die diabetes krijgen na hun transplantatie.
Gepubliceerd: dinsdag 11-10-2011
Bron: Journal of the American Association of Nephrology | Nog geen reacties
'Standaardbehandeling hepatitis C na niertransplantatie veiliger dan gedacht'
Hepatitis C wordt tegenwoordig meestal behandeld met medicatie gebaseerd op interferonen. In het algemeen wordt aangenomen dat een dergelijke behandeling bij niergetransplanteerden het risico op afstoting van de donornier sterk verhoogt, en bovendien de hepatitis C niet effectief bestrijdt. Saoedisch onderzoek laat echter zien dat interferontherapie beter werkt dan gedacht, en dat het risico op afstoting klein is.
Hepatitis C is leverinfectie die veroorzaakt wordt door het hepatitis C-virus. De standaardbehandeling bestaat uit medicatie zoals peginterferon en ribavirin, die gebaseerd zijn op interferonen. Interferonen zijn eiwitten die de cellen van het immuunsysteem in staat stellen onderling te communiceren. Schattingen van het aantal geïnfecteerden met hepatitis C wereldwijd lopen uiteen van 130 tot 200 miljoen. Hepatitis C komt relatief vaak voor onder patiënten met ernstige nierinsufficiëntie; zij lopen het dan vaak in het ziekenhuis op.
Voor het Saoedische onderzoek werden 32 nierpatiënten met chronische hepatitis C onderzocht, die tussen november 2007 en december 2011 een donornier hadden ontvangen. De deelnemers kregen gedurende bijna een jaar medicatie gebaseerd op interferonen. Een ongeveer even grote controlegroep ontving een andere behandeling.
Verandering in natrium in bloed wijzigt bloeddruk direct »
Kleine wijzingen in de natriumconcentratie in het bloedplasma ('plasmanatrium') lijken onmiddellijke gevolgen te hebben voor de bloeddruk. Deze kennis kan van belang zijn voor hemodialysepatiënten. De hoeveelheid in het dialysaat beïnvloedt de hoogte van het plasmanatrium, en dus, wellicht, de hoogte van de bloeddruk. Bij hemodialyse ligt hoge bloeddruk op de loer, en dus is het nuttig te weten of de bloeddruk vrijwel direct geregeld kan worden via de hoeveel natrium in het dialysaat.
Aandacht voor indicatoren die overlijden hemodialysepatiënt voorspellen noodzakelijk »
Ziekenhuisopnames leiden bij hemodialysepatiënten, misschien nog wel meer dan bij anderen, tot hoge kosten en ze verminderen de levenskwaliteit. Een reden om na te gaan of een ziekenhuisopname te voorspellen is, en daarmee misschien te voorkomen of uit te stellen.

Reacties
Reageer op dit artikel