Hormoon in urine voorspelt nierschade na hartoperatie
Door Merel Dercksen
De concentratie van het hormoon hepcidine in de urine van patiënten die de dag ervoor aan de hart-longmachine hebben gelegen, voorspelt het risico dat zij acuut nierfalen ontwikkelen. Met deze niet-invasieve meetmethode kunnen risicopatiënten er op tijd uitgehaald worden. Deze ernstige complicatie kan dan al in een zeer vroeg stadium behandeld worden.
Bij patiënten die aan hun hart geopereerd worden, of een longtransplantatie ondergaan, wordt de hart-longmachine ingezet (cardiopulmonaire bypass). Dit apparaat heeft ontegenzeggelijk grote voordelen, maar veroorzaakt vaak ook schade. De slagaders kunnen aangetast raken, net als de vitale organen. Acute nierschade is bijvoorbeeld een veel voorkomende, en ernstige, complicatie.
Het hormoon hepcidine zou volgens Australische onderzoekers wel eens een goede biomarker kunnen zijn om acuut nierfalen na een cardiopulmonaire bypass in een vroeg stadium te kunnen herkennen. Zij onderzochten daarom het verband tussen veranderingen in de hepcidineconcentratie in het bloed en in de urine en het optreden van acuut nierfalen bij 93 patiënten die aan de hart-longmachine gelegd waren.
Volgens de internationale RIFLE-criteria ontwikkelden 25 van deze patiënten acuut nierfalen in de eerste vijf dagen na de operatie. Na de operatie stegen zowel de hepcidineconcentratie in het bloed, als die in de urine, en de verhouding tussen hepcidine en creatinine in de urine. Maar bij patiënten die acuut nierfalen zouden ontwikkelen, was de concentratie in de urine, en daarmee de verhouding tussen hepcidine en creatinine, 24 uur na de operatie duidelijk lager dan bij de andere patiënten. Ook als patiënten bij wie al snel een stijging in de hoeveelheid creatinine in de urine optrad, buiten beschouwing werden gelaten, was dit verband nog zichtbaar.
Hoe groter de hoeveelheid hepcidine in de urine 24 uur nadat een patiënt aan de hart-longmachine heeft gelegen, hoe kleiner het risico dat hij in de daaropvolgende dagen acuut nierfalen ontwikkelt.
|
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen.
Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr. Jagbir Gill en zijn collega's van de University of British Columbia in Vancouver hebben onderzocht hoe veel groter dat risico op overlijden wordt wanneer de nier niet meteen werkt, en of het leeftijdsafhankelijk is.
PEG als laxeermiddel kan acute nierschade veroorzaken
Hoewel het nog niet algemeen onderkend wordt, geeft ook het voorkeursmiddel bij laxeren voorafgaand aan een darmonderzoek risico op nierproblemen, schrijven Koreaanse onderzoekers. Dit middel geniet juist de voorkeur, omdat andere, eerder meer gebruikte middelen, onomkeerbare nierschade tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekers denken wel dat de nierschade door het voorkeursmiddel meestal tijdelijk is, en vaak te voorkomen door voldoende vocht toe te dienen.
'Vitamine D en calciumsupplementen na transplantatie zinloos'
Volgens Noorse wetenschappers heeft het geen zin patiënten na een niertransplantatie extra vitamine D en calciumsupplementen te geven. Er is geen verschil in botdichtheid tussen mensen die dit wel en niet kregen. Het gaat wel om een vrij kleine steekproef. Bovendien is het in Oslo gebruikelijk patiënten na transplantatie een vrij intensieve fysieke training te laten volgen die kan helpen botafname te voorkomen.

Gepubliceerd: vrijdag 05-08-2011


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel