Desensibiliseren beter dan wachten op passend orgaan

Lees voor | Reageer | Verstuur | Druk af   

Als een nierpatiënt antistoffen tegen zijn zelf meegebrachte donor blijkt te hebben, kunnen die uit zijn bloed verwijderd worden door een combinatie van plasmaferese en medicatie. Ook op lange termijn blijken de resultaten van deze transplantaties zeer goed te zijn. Voor de overlevingskansen van de patiënt is dit beter dan wachten tot er een passende nier gevonden is.

Dialysepatiënten kunnen door bijvoorbeeld een bloedtransfusie of een eerdere transplantatie, twee situaties waarin het afweersysteem met 'vreemde' cellen in aanraking komt, gesensibiliseerd zijn geraakt voor HLA (Humaan Leukocyten Antigeen). In dat geval is het veel moeilijker ze te transplanteren, omdat ze antistoffen hebben aangemaakt. Er zijn veel minder donoren van wie de nier past, dan bij patiënten die geen antistoffen tegen HLA in hun bloed hebben. In de Verenigde Staten gaat het om meer dan 20.000 patiënten.

Tegenwoordig is het mogelijk te desensibiliseren, waarbij de antilichamen die specifiek tegen het HLA van de toekomstige (levende) donor gericht zijn, uit het bloed van de patiënt gehaald worden. Daarna kan de transplantatie in principe wel slagen. Wetenschappers van de Johns Hopkins universiteit hebben nu onderzocht wat op de lange termijn beter voor dialysepatiënten is: desensibiliseren en transplanteren met een nier van een donor waartegen de patiënt antistoffen heeft, of blijven dialyseren tot er een nier gevonden is die meteen past.

Ze vergeleken 211 HLA-gesensibiliseerde patiënten die een transplantatie ondergingen met een nier van een levende donor, met twee controlegroepen. De behandelde groep onderging desensibilisatie door plasmaferese, waarbij de antilichamen uit het bloed gefilterd worden, gecombineerd met het toedienen van een lage dosis intraveneus immunoglobuline. De ene controlegroep dialyseerde maar stond wel op de wachtlijst voor een passende nier en werd op enig moment getransplanteerd. De andere controlepatiënten bleven gedurende het onderzoek dialyseren.

De overleving onder de patiënten die bleven dialyseren daalde het snelst: na 8 jaar was nog maar 30 procent van hen in leven. In de groep die dialyseerde in afwachting van een transplantatie met een passende nier, was dat 49 procent. De patiënten die direct getransplanteerd waren bleken veel betere overlevingskansen te hebben: van hen was na 8 jaar nog 81 procent in leven, en dat was evenveel als na vijf jaar.

Levende-donortransplantatie, ook als de donor antistoffen heeft tegen het HLA van de donor en er desensibilisatie moet plaatsvinden, geeft blijkbaar een veel betere overlevingskans dan blijven dialyseren tot er een goed matchende nier is. Desensibilisatie kan een goede manier zijn om de patiënten die een donor meebrengen die niet blijkt te matchen, te helpen.

HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk

Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.

Lees verder...

 

Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting

Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.

Lees verder...

Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier

Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Lees verder...

Uitgelicht

Meer over transplantatie


Er zijn meer dan 300 artikelen in deze rubriek.
Gebruik voor oudere artikelen de zoekfunctie.

Meest gelezen

Onderzoek

Risico op gebroken heup onveranderd hoog bij dialysepatiënt

Heupfracturen komen nog steeds vaak voor bij nierpatiënten, ondanks de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt bij het behandelen van nierziektegerelateerde botproblemen. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd aan Stanford University (Californië, VS).

Lees verder...

In Hart en Nieren

Lintjes voor twee prominenten in de Nederlandse nierwereld

Ter gelegenheid van de voorlopig laatste Koninginnedag hebben twee prominente personen in de Nederlandse nefrologie een koninklijke onderscheiding gekregen. Het gaat om prof.dr. Willem Weimar en prof.dr. René Bindels.

Lees verder...

Service

Sponsors

Steun NierNieuws

Met één telefoontje van € 1,30 wordt u begunstiger van NierNieuws.

Laatste reacties

NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.