'Fosfaathormoon' ook bij prille nierziekte voorspellend
Door Merel Dercksen
Chronisch nierpatiënten met een nog relatief goed behouden nierfunctie lopen meer risico op sterke achteruitgang van hun nierfunctie en op overlijden wanneer er van een bepaald hormoon meer in hun bloed aanwezig is. Het gaat om FGF-23, dat betrokken is bij de fosfaathuishouding.
Het hormoon fibroblast groeifactor 23 (FGF-23) is betrokken bij de fosfaathuishouding. Van patiënten met eindstadium nierfalen is bekend, dat zij een hoger risico lopen te overlijden, als ze van dit hormoon een verhoogde bloedspiegel hebben. Amerikaanse wetenschappers hebben onderzocht of er ook een verband is bij patiënten die nog maar licht tot matig chronisch nierfalen hebben.
Ze volgden bijna 4.000 mensen uit een grote onderzoeksgroep van patiënten met chronisch nierfalen. Bij de gevolgde patiënten was de nierziekte in de fases 2 tot 4. Ze bepaalden van elke deelnemer de filtratiesnelheid van de nieren bij de start van het onderzoek, en de bloedspiegel van FGF-23. Vervolgens keken ze welke deelnemers in de gemiddeld ruim drie jaar erna hun nierfunctie volledig verloren, of overleden.
Ze zagen een hoger risico op overlijden naarmate de spiegel van FGF-23 hoger was aan het begin van de studie. Het kwart patiënten met de hoogste spiegels bleken een drie keer zo groot risico op overlijden te hebben als de 25 procent van de patiënten met de laagste spiegels. In totaal waren er 266 deelnemers overleden.
Ook het risico op eindstadium nierfalen, tot waar de nierziekte zich bij 410 deelnemers had ontwikkeld, bleek groter bij een hogere bloedspiegel van FGF-23 bij patiënten met een filtratiesnelheid van meer dan 30 ml/minuut.
Volgens de onderzoekers houdt, tot hun verrassing, FGF-23 een duidelijker verband met het sterfterisico dan traditionele factoren, zoals de aanwezigheid van hart- en vaatziekten. Uit verder onderzoek moet blijken of het hormoon een direct schadelijk effect heeft, en zo ja, of het in dat geval zinvol is FGF-23 te proberen te verlagen.
Gepubliceerd: maandag 20-06-2011
Bron: Journal of the American Medical Association | Nog geen reacties
'Big Data' gaat aanpak nierziekten drastisch veranderen
De laatste jaren is het fenomeen Big Data zich aan het manifesteren. Naar het zich laat aanzien is dit een van de grote innovatieve ontwikkelingen van deze periode. De steeds groter wordende computercapaciteit en de ontsluiting van talloze informatiebronnen levert nieuwe mogelijkheden om grote hoeveelheden gegevens, van verschillende bronnen, te onderzoeken en conclusies te trekken.
Traditioneel wordt de omvang van medisch wetenschappelijk onderzoek met patiëntengegevens beperkt tot maar enkele bronnen. Denk aan medicatie, laboratoriumgegevens, interviews, uitkomsten van lichamelijk onderzoek. Ook het aantal betrokken patiënten is meestal beperkt tot een paar honderd tot enkele duizenden. Ook bij bevolkingsonderzoek naar de kenmerken van ziektebeelden is de hoeveelheid gegevens beperkt. Maar met de aanpak via Big Data kunnen gigantische aantallen patiënten, maar ook gezonde personen, met elkaar vergeleken worden op nagenoeg ieder vlak.
Nieuw dialysecentrum in Zevenaar wordt 'healing environment' »
Ziekenhuis Rijnstate opent volgend jaar een nieuw dialysecentrum, in Zevenaar waar het ziekenhuis al een vestiging heeft. Dit dialysecentrum moet de vestiging in Arnhem wat lucht geven, en is in eerste instantie bedoeld voor patiënten die wat minder intensieve zorg nodig hebben en mogelijk actief aan hun behandeling mee willen werken. De afdeling schakelt meteen over op zoveel mogelijk 'zorg op maat'.
Verandering in natrium in bloed wijzigt bloeddruk direct »
Kleine wijzingen in de natriumconcentratie in het bloedplasma ('plasmanatrium') lijken onmiddellijke gevolgen te hebben voor de bloeddruk. Deze kennis kan van belang zijn voor hemodialysepatiënten. De hoeveelheid in het dialysaat beïnvloedt de hoogte van het plasmanatrium, en dus, wellicht, de hoogte van de bloeddruk. Bij hemodialyse ligt hoge bloeddruk op de loer, en dus is het nuttig te weten of de bloeddruk vrijwel direct geregeld kan worden via de hoeveel natrium in het dialysaat.

Reacties
Reageer op dit artikel