Ontdekking nieuwe genen voor erfelijke nierziekten
Door Jeroen van Setten
Amerikaanse onderzoekers hebben twee nieuwe genen ontdekt die een rol spelen bij het ontstaan van zeldzame erfelijke nierziekten. Dr. Rachel Giles van het UMC Utrecht werkte mee aan het onderzoek dat op 13 mei in het tijdschrift Cell verscheen.
Rachel Giles van de afdeling Nefrologie van het UMC Utrecht werkte een half jaar bij het Amerikaanse bedrijf Genentech. Met haar Amerikaanse collega's analyseerde zij met behulp van proteomics-technieken eiwitten die betrokken zijn bij erfelijke trilhaarziekten. Trilharen zijn beweeglijke uitstulpingen van cellen die uiteenlopende functies kunnen hebben. Trilharen in de luchtwegen zorgen bijvoorbeeld voor het naar buiten werken van slijm. In de nieren nemen trilharen de urinestroom waar. Niet goed aangelegde trilharen kunnen leiden tot verschillende ziekten. Bij veel van die aandoeningen treden niercysten op (vochtblazen in de nier). Een op de tweehonderd mensen lijdt aan zo’n soort ziekte.
Giles en collega's bestudeerden 850 eiwitten die waarschijnlijk te maken hebben met drie genetische trilhaarziekten (Nefronoftisis, Joubert syndroom en het Meckel-Gruber syndroom). Ze brachten in kaart hoe deze eiwitten elkaar beïnvloeden om te voorspellen welke ervan een cruciale rol spelen bij de ziekten. Zo kwamen ze twee genen (Atxn10 en Tctn2) op het spoor. Vervolgonderzoek wees uit dat patiënten inderdaad de ziekmakende varianten van deze genen dragen.
Volgens Giles een bewijs dat het bestuderen van netwerken van eiwitten een manier kan zijn om ziektegenen te vinden. 'Het is een nieuwe taal om genen te vinden. Bij zeldzame genetische ziekten zijn de gewone manieren om genen te vinden nauwelijks bruikbaar. Dankzij onze methode, een combinatie van biochemie en systeembiologie, lukt dat wel. Het biedt families met 'weesziekten' en hun artsen hulp bij de diagnose en begrip van de ziekten. Overigens is de methode om genen te vinden ook bruikbaar voor gewonere ziekten zoals diabetes of obesitas.'
|
'Vitamine D en calciumsupplementen na transplantatie zinloos'
Volgens Noorse wetenschappers heeft het geen zin patiënten na een niertransplantatie extra vitamine D en calciumsupplementen te geven. Er is geen verschil in botdichtheid tussen mensen die dit wel en niet kregen. Het gaat wel om een vrij kleine steekproef. Bovendien is het in Oslo gebruikelijk patiënten na transplantatie een vrij intensieve fysieke training te laten volgen die kan helpen botafname te voorkomen.
De Noren presenteerden hun bevindingen op het American Transplant Congress in Seattle, zo meldt Renal and Urology News. Knut Smerud en zijn collega's van de Universiteit van Oslo bestudeerden 124 patiënten met een vroege stabiele nierfunctie na een niertransplantatie. Van deze 124 slikten er 63 tweemaal daags vitamine D3 en calcium gedurende een jaar. De overige 61 deden dat niet.
Risico op gebroken heup onveranderd hoog bij dialysepatiënt
Heupfracturen komen nog steeds vaak voor bij nierpatiënten, ondanks de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt bij het behandelen van nierziektegerelateerde botproblemen. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd aan Stanford University (Californië, VS). Met de achteruitgang van de nierfunctie verslechtert ook de mineraalhuishouding van de botten, met pijn in de botten en botbreuken tot gevolg. Dit wordt 'renale osteodystrofie' genoemd.
'Uitlaatgassen gevaarlijk voor de nieren'
Onderzoekers uit Boston zijn op het idee gekomen de plaats waar iemand woont, te koppelen aan de nierfunctie. Ze waren benieuwd of de nabijheid van een weg waar veel uitlaatgas wordt geproduceerd, samenhangt met een slechtere nierfunctie. Het was al bekend dat de nabijheid van een grote weg een risico vormt op hart- en vaatziekten.

Gepubliceerd: maandag 16-05-2011


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel