Giftig waterstofsulfide beschermt donororganen
Door Merel Dercksen
Het giftige gas waterstofsulfide is mogelijk een middel om donororganen te beschermen tegen zuurstofgebrek, waardoor de organen beter behouden blijven. Dat bevestigde onderzoeker dr. Henri Leuvenink van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) vrijdag naar aanleiding van berichtgeving in het AD.
Leuvenink, hoofd van het Chirurgisch Onderzoekslaboratorium, doet onderzoek naar de effecten van hersendood en hartstilstand op de kwaliteit van donororganen en naar manieren om de houdbaarheid van de organen tussen uitname en transplantatie te verbeteren.
Als waterstofsulfide (H2S) via de longen in zeer lage concentraties het lichaam binnenkomt, blijken lichaamscellen in een soort 'slaaptoestand' te gaan. Hierbij hebben ze minder zuurstof nodig. De schade die optreedt als de zuurstoftoevoer stopt omdat iemand overlijdt, is daardoor ook kleiner.
Het onderzoek van Leuvenink en zijn collega's is niet nieuw, maar wordt nu opgepikt door verschillende media. In de praktijk zou het namelijk kunnen betekenen dat overledenen het gas via de beademingsapparatuur toegediend krijgen. Maar zover is het nog niet. Tot nu toe hebben de onderzoekers het gas met succes gebruikt op kleine dieren. Het is echter moeilijk om de juiste dosering te vinden voor het menselijk lichaam. 'Het luistert erg nauw', aldus Leuvenink.
Het effect van waterstofsulfide werd bij toeval ontdekt door een Amerikaanse wetenschapper. Die onderzocht lichamen van mijnwerkers die omgekomen waren in een mijn waar veel waterstofsulfide aanwezig was. De organen van de mijnwerkers bleken goed behouden te zijn.
Het doel van het Nederlandse vervolgonderzoek naar dit gas is de kwaliteit van de donororganen te verhogen. Een ander gas dat in principe giftig is voor mensen, koolmonoxide (CO), blijkt ook ingezet te kunnen worden bij transplantatie. Het beperkt de schade aan een orgaan als het wordt toegevoegd aan de bewaarvloeistof, en stimuleert het op gang komen van een getransplanteerde nier als de patiënt het direct na transplantatie inademt.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: zaterdag 14-05-2011 | 


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel