Dubbele hepatitis C-infectie beïnvloedt transplantatie niet
Door Merel Dercksen
Als een nierpatiënt al besmet is met het hepatitis C-virus, is het veilig om hem te transplanteren met een nier van een donor die dat virus ook heeft. Zijn overlijdensrisico is dan niet groter, dan wanneer hij een nier ontvangt van een niet besmette donor. Ook wordt het risico op een leverziekte, gevolg van het virus, niet groter.
Vanwege het tekort aan organen worden er steeds vaker nieren getransplanteerd die onder andere omstandigheden niet goedgekeurd zouden zijn. Een voorbeeld hiervan is een transplantatie van een nier van een donor met een chronische virusinfectie, naar een ontvanger die al met hetzelfde virus besmet is. In Spanje zijn ze al in 1990 met deze, niet onomstreden, techniek begonnen bij patiënten met hepatitis C.
Artsen uit Madrid en Barcelona hebben nu onderzoek gedaan naar de overlevingskansen op de lange termijn van patiënten die zo'n besmette nier hebben gekregen. Ze vergeleken daarvoor 162 nierpatiënten met hepatitis C die een nier van een donor met dezelfde besmetting kregen, met 306 nierpatiënten met hepatitis C die getransplanteerd waren met een nier van een donor die het virus niet bij zich droeg.
Uit de analyse blijkt dat de overlevingskansen van de patiënten die een niet besmette nier kregen na vijf en tien jaar een fractie hoger liggen, maar dat het verschil niet noemenswaardig is. Een chronische leverziekte kwam in beide groepen ongeveer even vaak voor.
De onderzoekers concluderen op basis van een statistische analyse dat een besmetting van een donor met het hepatitis C-virus geen significante risicofactor is voor overlijden, transplantaatfalen en ernstige leverziekte bij niergetransplanteerden die het virus al bij zich dragen.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: woensdag 17-11-2010


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel