Minder urineweginfecties door snel ontslag na transplantatie
Door Merel Dercksen
De factoren die het risico op terugkerende urineweginfecties na een niertransplantatie verhogen, en de mate waarin ze dat doen, zijn in kaart gebracht door Spaanse onderzoekers. Aan sommige dingen valt niets te doen, zoals leeftijd van de getransplanteerde. Maar andere oorzaken zijn waarschijnlijk wel beïnvloedbaar.
De resultaten van het onderzoek, uitgevoerd aan de afdeling infectieziekten van het universiteitsziekenhuis in Barcelona, werden gepresenteerd tijdens een conferentie over antimicrobiële middelen en chemotherapie. Vrouwelijke niergetransplanteerden blijken een iets groter risico op terugkerende urineweginfecties te hebben dan mannen. Dat is in de gemiddelde bevolking ook zo. Ook neemt het risico licht toe met elk jaar dat de patiënt ouder is.
Andere factoren hebben veel meer invloed: die verdubbelen het risico op terugkerende infecties. Dat zijn het vertraagd op gang komen van de nier, een infectie met het hepatitis C-virus en polycystische nieren. Als de eerste urineweginfectie na een niertransplantatie veroorzaakt wordt door een multiresistente bacterie, is het risico dat de infecties terugkeren zelfs ruim vijf keer zo groot als normaal.
'Deze resultaten zijn belangrijk, want ze geven aanknopingspunten om het aantal terugkerende urineweginfecties bij getransplanteerde nierpatiënten te verminderen.' zegt dr. Carlos Cervera, onderzoeksleider. Hij denkt daarbij aan zo snel mogelijk de blaaskatheter verwijderen en het antibioticagebruik zo veel mogelijk verminderen. In Spanje worden in het algemeen veel meer antibiotica voorgeschreven dan in Nederland, wat gezien wordt als een belangrijke oorzaak van de daar veel meer voorkomende resistentie van bacteriën.
Het zou volgens Cervera ook wel eens kunnen helpen als patiënten na een transplantatie zo snel mogelijk uit het ziekenhuis ontslagen worden.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: vrijdag 15-10-2010


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel