Veel antistoffen geen groot probleem meer bij transplantatie
Door Merel Dercksen
Nierpatiënten die veel antistoffen in hun bloed hebben en daardoor moeilijk getransplanteerd kunnen worden, maken door nieuwe therapieën inmiddels vrijwel gelijke kansen op een geslaagde transplantatie als patiënten die minder antistoffen aangemaakt hebben. Na een jaar is de overleving in elk geval gelijk. Dat is het resultaat van een onderzoek naar een speciaal transplantatieprogramma in Heidelberg.
Hoe meer antilichamen een patiënt in zijn bloed heeft, hoe moeilijker het is om een donororgaan te vinden dat 'past'. Die antilichamen heeft iemand bijvoorbeeld aangemaakt in reactie op een eerdere transplantatie, of een bloedtransfusie. Deze 'hooggesensibiliseerde' patiënten, die erg veel antilichamen tegen andere menselijke cellen in hun bloed hebben, waren tot niet zo lang geleden niet te transplanteren omdat het risico op afstoting te groot was.
Artsen in het Duitse Heidelberg hebben een protocol ontwikkeld om deze mensen toch te kunnen transplanteren. Hierbij maken ze gebruik van nieuwe technieken die de hoeveelheid antilichamen verminderen en die ook toegepast worden bij transplantatie door de bloedgroepen heen. Daarnaast geven zij sterkere, nieuwere afweeronderdrukkende medicijnen.
In een onderzoek naar dit protocol volgden ze 34 patiënten die als gesensibiliseerd en hoog-risico te boek stonden. Deze patiënten behandelden ze voor en na de transplantatie met plasmaferese of immunoadsorptie. Dit zijn beide methoden waarmee de hoeveelheid antistoffen in het bloed verminderd wordt. Na de transplantatie kregen de patiënten een sterker dan normale afweeronderdrukkende medicijncocktail waar Rituximab deel van uitmaakte. De patiënten werden zeer strikt gecontroleerd op afstotingsverschijnselen.
Na een jaar functioneerde 95 procent van de getransplanteerde nieren nog. Dat is vergelijkbaar met het resultaat bij nierpatiënten met een veel lager immunologisch risico. De complicaties als gevolg van de sterkere afweeronderdrukking waren klein in aantal en goed te ondervangen. 'Als we deze nieuwe richtlijnen volgen, is een positieve kruisproef geen reden meer om een transplantatie uit te sluiten,' concludeert prof. Jan Schmidt, hoofd transplantatiechirurgie.
Over de resultaten op lange termijn is nog niets bekend. Maar in Heidelberg wordt het protocol al steeds vaker ingezet: inmiddels zijn 49 nierpatiënten op deze manier getransplanteerd.
Gepubliceerd: vrijdag 01-10-2010
Bron: Ärzte Zeitung | Nog geen reacties
'Procedures rond transplantaties in Duitsland op de schop'
De Duitse Stiftung Organtransplantation (DSO) wil de hele transplantatiepraktijk op de schop, zodat er geen manipulatie met wachtlijsten meer kan plaatsvinden. Recent kwam het in Duitsland tot een groot schandaal, dat er onder andere toe geleid heeft dat mensen geen toestemming voor donatie meer geven.
De DSO wil dat de financiering van een transplantatie 'aan de individuele patiënt en aan het resultaat van de operatie' gekoppeld wordt, zegt voorzitter Rainer Hess. Op dit moment verdient een centrum veel, als er veel getransplanteerd wordt en is daarom de druk om (voortijdig) te transplanteren hoog. Hess wil ook dat transplantatie niet apart vergoed wordt, maar onderdeel is van de algemene vergoeding die een ziekenhuis voor de geleverde zorg krijgt.
Daarnaast wil hij ook nog, dat de concurrentie tussen de verschillende ziekenhuizen om aan geschikte organen te komen, daalt. Om dat te bereiken moet het aantal van 50 transplantatiecentra naar beneden, vindt de DSO. Alsof dat nog niet genoeg is, zou de Bundesärztekammer ook nog de richtlijnen voor toewijzing van beschikbare organen moeten herzien. Hoe lang een ontvanger naar verwachting met het orgaan kan leven, moet sterker mee gaan wegen, vindt de DSO.
Promotie: Vasten beschermt nieren na transplantatie »
Niet voldoende vitamine B1 (thiamine), maar gewichtsverlies en verminderde voedselinname hebben mogelijk een beschermend effect op de nieren na een niertransplantatie. Dat constateert Astrid Klooster, die onderzoek deed naar het verband tussen een gebrek aan vitamine B1, vasten en het functioneren van de nier na een transplantatie. Vitamine B1 is cruciaal voor de energievoorziening van het lichaam.
Nier van kleine donor werkt wat minder hard »
Nieren van kleine levende donoren hebben een lagere filtratiesnelheid dan nieren van grotere donoren, constateren onderzoekers van de Mayo Clinic Arizona in Phoenix. Tijdens het American Transplant Congress maakten dr. Hasan Khamash en zijn collega's de resultaten van hun onderzoek bekend. Ze hebben daarvoor de gegevens van 579 levende donor-ontvangerparen geanalyseerd.

Reacties
Reageer op dit artikel