Prednisonsparen na transplantatie slecht voor cholesterol
Door Gerard Kok
Als niergetransplanteerde kinderen weinig prednison of vergelijkbare medicijnen slikken, daalt vooral hun goede, en niet hun slechte cholesterol. Dat is zorgelijk, omdat niet alleen een te hoog totaal cholesterol, maar ook een verlaagd goed cholesterol (HDL), het risico op hart- en vaataandoeningen verhoogt.
Kinderen met een donornier die behandeld worden met steroïden, lopen een verhoogde kans op hyperlipidemie. Bij hyperlipidemie is de hoeveelheid vetten in het bloed te hoog, wat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Canadese en Amerikaanse kinderartsen vroegen zich af wat nu precies het effect is van een medicijnschema met weinig steroïden, op de vetspiegels in het bloed na transplantatie.
Ze volgden 29 kinderen (jonger dan 18) een jaar lang nadat zij een niertransplantatie hadden ondergaan. Een groep van 16 kinderen werd behandeld met een standaard hoeveelheid steroïden om het immuunsysteem te onderdrukken, de overige 13 volgden een regime waarbij zo weinig mogelijk steroïden werden toegediend.
Eén maand na de transplantatie bleek de eerste groep een hoger totaal cholesterol te hebben dan de kinderen die weinig steroïden slikten, maar dat verschil verdween in de loop der tijd. De onderzoekers vonden vergelijkbare resultaten voor de verschillen in slecht (LDL) cholesterol en de verhouding tussen goed en slecht cholesterol. Maar de kinderen die weinig steroïden slikten, bleken na een maand ook een lagere concentratie 'goed' (HDL) cholesterol in het bloed te hebben dan de anderen. En dit verschil bleef zichtbaar gedurende het eerste jaar na de transplantatie.
Omdat te weinig 'goed' cholesterol risico's inhoudt, pleiten de onderzoekers voor verder onderzoek naar de effecten van het verlagen van de doses steroïden voor kinderen met een donornier.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: vrijdag 04-06-2010


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel