Genetische variatie bij donor verhoogt risico afstoting
Door Merel Dercksen
Een minieme variatie in het DNA van een nierdonor blijkt het risico op chronische afstoting bij de ontvanger met ongeveer de helft te vergroten. Gelukkig is die variatie bij niet meer dan 1 op de 10 donoren aanwezig.
Het gen CAV1 is betrokken bij fibrose van weefsels in het lichaam. Britse onderzoekers vroegen zich af of kleine variaties in het DNA, zogenaamde SNP's, invloed hebben op de mate waarin iemand gevoelig is voor het ontstaan van fibrose. Om dit te achterhalen keken ze naar getransplanteerde nierpatiënten, omdat fibrose in de getransplanteerde nier een belangrijke oorzaak van chronische afstoting is.
Omdat het natuurlijk om een nier van een ander gaat, keken de wetenschappers naar genetische variatie bij de donor en bij de ontvanger. Van beiden kunnen cellen bijdragen aan het ontstaan van fibrose in de getransplanteerde nier, en daarmee aan transplantaatfalen. Voor het onderzoek verzamelden ze DNA van 785 nierdonoren en de bijbehorende ontvangers. Daarna controleerden ze hun bevindingen nog eens bij een andere groep van 697 donoren met ontvangers.
Kleine variaties in het gen CAV1, één specifieke SNP, bij de donor blijken duidelijk verschil te maken voor de overlevingskansen van de getransplanteerde nier. Andere variaties, of verschillen in dit gen bij de ontvanger, hebben geen invloed. Nierpatiënten van wie de donor op die ene plaats in het gen het basepaar AA heeft, verliezen anderhalf keer zo vaak hun nier als getransplanteerden bij wie het DNA van de donor een andere combinatie kent.
'Hoewel maar ongeveer 10 procent van de donoren van het genotype AA was, biedt deze genetische variatie toch kansen om een subgroep te onderscheiden die een hoger risico op afstoting loopt,' stellen de onderzoekers.
|
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen.
Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr. Jagbir Gill en zijn collega's van de University of British Columbia in Vancouver hebben onderzocht hoe veel groter dat risico op overlijden wordt wanneer de nier niet meteen werkt, en of het leeftijdsafhankelijk is.
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.

Gepubliceerd: dinsdag 13-04-2010


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel