Verwijderen falende transplantaatnier verbetert overleving
Door Merel Dercksen
Wanneer een donornier niet meer werkt en een patiënt weer gaat dialyseren, blijft de nier meestal zitten. Maar uit een groot onderzoek onder Amerikanen komt naar voren, dat de overlevingskansen van deze patiënten beter zijn als de nier verwijderd wordt.
Steeds meer mensen in de Verenigde Staten gaan weer dialyseren nadat hun donornier het heeft begeven. Ondanks dat de mogelijkheden om afstoting te voorkomen steeds toenemen. Dit komt onder andere door de beperkte vergoeding die Amerikanen krijgen voor de medicijnen die nodig zijn om de transplantaatnier te behouden.
De sterfte onder deze tweede-kansdialysepatiënten is hoger dan onder dialysepatiënten die niet eerder getransplanteerd waren. Onderzoekers van verschillende universiteiten vroegen zich af, of deze mensen misschien beter af zijn wanneer de niet meer functionerende nier verwijderd wordt. Of dat die voor de overlevingskansen toch beter kan blijven zitten, bijvoorbeeld omdat het een zware operatie is.
Ze identificeerden alle Amerikanen die tussen 1994 en 2005 weer permanent gingen dialyseren nadat hun donornier was uitgevallen. Dat waren ruim 10.000 mensen, van wie bij bijna een derde de donornier verwijderd werd. Tijdens de looptijd van het onderzoek overleed nog altijd ruim een op de drie van deze patiënten, maar vergeleken met degenen bij wie de donornier bleef zitten was dat toch 32 procent lager. Dat was na correctie voor andere factoren die de sterfte beïnvloeden en voor redenen die de kans op het verwijderen van de niet meer functionerende nier groter maken.
Het lijkt er dus op, schrijven de onderzoekers, dat het verwijderen van een falende donornier de overlevingskansen van patiënten die opnieuw gaan dialyseren, verbetert.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.


Gepubliceerd: donderdag 18-02-2010


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel