Promotie: Nierbiopt niet meer nodig bij amyloïdose
Door Merel Dercksen Wanneer: woensdag 18-11-2009
Volgens reumatoloog Ingrid van Gameren is het bij systemische amyloïdose nauwelijks meer nodig een biopt van de nier of het hart te nemen. In plaats daarvan volstaat meestal een, veel minder risicovol, biopt uit het buikvet. Van Gameren promoveert vandaag in Groningen op haar onderzoek.
Amyloïdose is een zeldzame eiwitstapelingsziekte. Bij systemische amyloïdose kan stapeling plaatsvinden in het hart, de nieren, de lever en de zenuwbanen. Het is een potentieel ernstige ziekte die kan leiden tot de dood. Er worden drie belangrijke vormen van amyloïdose onderscheiden. Voor elke vorm van amyloïdose is de behandeling anders. Het is dus belangrijk het juiste type amyloïdose vast te stellen. Dit gebeurt door middel van biopten, bijvoorbeeld uit een van de nieren. Maar een biopsie brengt altijd risico's met zich mee, bijvoorbeeld op een bloeding.
Uit het onderzoek van Van Gameren blijkt nu dat ook de hoeveelheid amyloïd in het buikvet voorspellende waarde heeft voor de ernst van de ziekte en voor de prognose, en een waardevolle vervolgparameter is. Een buikvetbiopt is veel minder belastend. In haar proefschrift biedt Van Gameren een klinisch, praktisch overzicht voor het stellen van de diagnose, het juist typeren van het amyloïd, hoe de ziekte-ernst vast te stellen, een prognose-inschatting te maken en de vervolgparameters juist te kiezen. Vervolgens geeft ze een beschrijving van de therapeutische mogelijkheden.
Promotie mw. I.I. van Gameren: woensdag 18 november 2009 16:15 uur
Titel proefschrift: Diagnostic and therapeutic modalities in systemic amyloidosis
Promotores: prof.dr. E. Vellenga en prof.dr. M.H. van Rijswijk
Locatie: Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen
Gepubliceerd: woensdag 18-11-2009
Bron: Rijksuniversiteit Groningen | Nog geen reacties
Nierfalen niet-westerse kinderen wordt slechter behandeld
Niet-westerse kinderen krijgen in Nederland, België en Duitsland een andere nierfunctievervangende therapie (dialyse of niertransplantatie) met minder goede uitkomsten dan westerse kinderen. Ook rapporteren kinderen met een niet-westerse achtergrond een slechtere kwaliteit van leven, vooral wat betreft schoolprestaties en emotioneel functioneren.
Dit staat in het proefschrift van Nikki Schoenmaker. Zij vergeleek de behandeling van dialysepatiënten in Nederland, België en een deel van Duitsland. Doel was de kwaliteit van de behandeling van kinderen met terminaal nierfalen te verbeteren. Tot de komst van het RICH-Q project (Renal Insufficiënty therapy in Children- Quality assessment and improvement) in 2007, bestond er geen structureel inhoudelijk overleg over dialysepatiënten tussen de verschillende behandelcentra.
Uit haar analyse kwamen grote verschillen aan het licht tussen die centra. Een groot deel van deze variatie is te verklaren uit het ontbreken van goede richtlijnen voor kinderen met terminale nierinsufficiëntie. Verder wijst ze erop dat vroege detectie van hartziekten essentieel is om de prognose van kinderen met nierfalen te verbeteren. Een conventionele echo is geen goede methode om hartziekten op te sporen bij deze kinderen. Andere echotechnieken (TDI en Speckle Tracking) zijn gevoeliger en beter reproduceerbaar.
Promotie: Meten albumine in urine spoort chronische nierschade vroegtijdig op »
Mensen met een verhoogde hoeveelheid albumine in hun urine hebben een snellere achteruitgang in hun nierfunctie en een veel hoger risico op nierfalen. Daarmee staat vast dat het meten van albumine, een soort eiwit, een goede en relatief eenvoudige methode is om patiënten met chronische nierschade vroegtijdig op te sporen. Dit blijkt uit promotie-onderzoek van Marije van der Velde van het UMCG. Haar studie was onderdeel van het grote PREVEND-onderzoek naar hart-, nier- en vaatziekten.
Promotie: Vasten beschermt nieren na transplantatie »
Niet voldoende vitamine B1 (thiamine), maar gewichtsverlies en verminderde voedselinname hebben mogelijk een beschermend effect op de nieren na een niertransplantatie. Dat constateert Astrid Klooster, die onderzoek deed naar het verband tussen een gebrek aan vitamine B1, vasten en het functioneren van de nier na een transplantatie. Vitamine B1 is cruciaal voor de energievoorziening van het lichaam.

Reacties
Reageer op dit artikel