Rassenongelijkheid op wachtlijst VS neemt toe bij armoede
Door Helmi van der Helm
In de Verenigde Staten is sprake van grote verschillen bij de toewijzing van donornieren bij armoede. Zwarte mensen worden veel minder snel op de wachtlijst geplaatst dan blanken. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek onder 35.000 mensen met een chronische nieraandoening,
Opdracht tot dit onderzoek werd gegeven, omdat men aanvankelijk dacht dat die ongelijkheid te maken had met de afstand tussen de woonplaats van de nierpatiënt en het transplantiecentrum. Hoe groter die afstand, hoe kleiner de kans zou zijn op een nieuwe nier. Dat bleek niet het geval.
Voor het onderzoek werden de dossiergegevens van patiënten met terminaal nierfalen uit drie staten gekoppeld aan die van de UNOS (netwerk voor orgaandistributie) en aan de geografische gegevens van het Amerikaanse bureau voor de statistiek. De gemiddelde afstand tussen de woonplaats van de nierpatiënt en het dichtstbijzijnde transplantiecentrum was ongeveer 76 kilometer. Na grondig onderzoek bleek niet de afstand invloed te hebben op een plek op de wachtlijst voor een niertransplantatie, maar de afkomst van de nierpatiënt.
Ras, sociale woonomstandigheid, geslacht, leeftijd, diabetes, gewicht, eiwitgehalte, bloeddruk, gebruik van erytropoëtine bij dialyse hielden wel verband met plaatsing op de wachtlijst voor niertransplantatie. Naarmate de armoede groeit, wordt de kans op plaatsing op de wachtlijst voor zwarte mensen kleiner dan voor blanken uit deze achterstandswijken; in de armste wijken hebben zwarte mensen zelfs 57% minder kans om voor een niertransplantatie in aanmerking te komen dan de blanken uit die wijken.
De onderzoekers stellen dat een verbetering in de toewijzing van donornieren een focus op achterstandswijken vereist.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: woensdag 03-06-2009


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel